Dit hoofdstuk gaat in op de implementatie van de deltabeslissing Waterveiligheid (paragraaf 3.1) en de voortgang van de maatregelen uit het Deltaplan Waterveiligheid (paragraaf 3.2).

3.1Deltabeslissing Waterveiligheid

Het doel van het waterveiligheidsbeleid is dat uiterlijk in 2050 de kans op overlijden door een overstroming voor iedereen achter de dijken kleiner dan of gelijk aan 1 op 100.000 per jaar is (0,001%), zoals voorgesteld in de deltabeslissing Waterveiligheid. Er is extra bescherming nodig van gebieden waar grote groepen slachtoffers kunnen vallen, de economische schade zeer groot is of vitale en kwetsbare infrastructuur van nationaal belang ligt. Daarom gelden nieuwe normen voor de dijken, duinen en dammen. Door aanpassingen in de ruimtelijke inrichting en crisisbeheersing worden bovendien de risico's kleiner.

Het werk aan de deltabeslissing Waterveiligheid ligt op schema. Circa 15% van de primaire keringen is beoordeeld op basis van de nieuwe normen en circa 10% van de dijkversterkingen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma is gebaseerd op de nieuwe normering. Met de uitgevoerde en geplande verbeteringen neemt het overstromingsrisico met ongeveer 50%* af (laag 1).

De waterkeringbeheerders hanteren een nieuwe, door het Rijk aangereikte methodiek om de waterkeringen te beoordelen, en de dijktrajecten die de grootste risico's vormen krijgen voorrang bij de versterking in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. De beperking van gevolgen van overstromingen via de ruimtelijke inrichting (laag 2) krijgt bijzondere aandacht via de werkgroep Gevolgbeperking die de Stuurgroep Deltaprogramma heeft ingesteld. Onderzoek heeft in beeld gebracht waar slimme combinaties* kansrijk zijn. Vier veiligheidsregio's hebben hun impactanalyse afgerond, de overige moeten in 2018 gereed zijn (laag 3). Hiermee ontstaat een goede basis voor de implementatie van de voorkeursstrategieën voor waterveiligheid in de gebieden van het Deltaprogramma (zie hoofdstuk 7).

Solide wettelijke en financiële basis

In het Bestuursakkoord Water, de Waterwet en de Regeling subsidies hoogwaterbescherming 2014 staan de wettelijke en financiële kaders voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma. De nieuwe normering die in 2017 in werking is getreden, heeft geleid tot wijzigingen in de Waterwet en de subsidieregeling. In 2019 evalueren het Rijk en de waterschappen de doeltreffendheid en de effecten van de subsidieregeling op basis van de praktijkervaringen. In 2023 wordt de omvang van de veiligheidsopgave duidelijker op basis van de lopende beoordeling van waterkeringen. Daarna vindt een evaluatie plaats van de financieringsafspraken uit het Bestuursakkoord Water.

Beoordeling: op weg naar het eerste landelijke veiligheidsbeeld

Sinds de start van de Eerste Beoordelingsronde Primaire Waterkeringen (begin 2017) zijn zestien beoordelingen afgerond (medio 2018), dat betreft circa 15% van de primaire keringen. Keringen met een grote veiligheidsopgave zijn als eerste beoordeeld. Enkele andere dijken zijn eveneens snel beoordeeld om de versterkingen te kunnen laten aansluiten op andere dijkversterkingen of een ander initiatief. Dat is bijvoorbeeld gebeurd met een tussentijds oordeel voor een dijktraject bij Salmsteke bij de Lek.

Het streven om in 2023 een eerste landelijk beeld van de veiligheidsopgave gereed te hebben, is ambitieus. De beoordelingen liggen tot nu toe op schema en komen volgens planning in een gelijkmatig tempo tot stand. Door de nieuwe beoordelingsaanpak en de extra inzet die het instrumentarium van de beheerders vraagt, ontstaat wel druk op de planning en de kwaliteit. Beheerders zijn in gesprek met het ministerie van IenW om knelpunten tijdig en adequaat op te lossen. Naar verwachting blijft een eerste beeld van de veiligheidsopgave in 2023 haalbaar, rekening houdend met de geplande verbeteringen van het beoordelingsinstrumentarium die effect zullen hebben op het efficiënt werken. De samenwerking tussen waterschappen en het ministerie van IenW (waaronder Rijkswaterstaat) loopt goed: de organisaties wisselen kennis uit en doen samen ervaring op met de overstromingskansbenadering. Het openbare Waterveiligheidsportaal laat in een kaartbeeld de voortgang van de beoordelingsronde zien. Eind 2018 komt hier ook een visualisatie van het veiligheidsoordeel bij en een koppeling met de dijkversterkingen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma.

Instrumentarium voor beoordelen en ontwerpen van waterkeringen

In 2017 zijn verbeteringen doorgevoerd in het instrumentarium voor het beoordelen van waterkeringen. De eerste helft van 2018 stond in het teken van ervaringen opdoen met het instrumentarium. De Helpdesk biedt praktijklessen in de vorm van factsheets en voorbeelden. In het voorjaar van 2018 heeft het Kennis- en Kundeplatform een werkweek voor beheerders georganiseerd om samen te werken aan beoordelingen. Tijdens deze werkweek kregen de beheerders ondersteuning van experts van Deltares en Rijkswaterstaat. De werkweek heeft de samenwerking aan complexe vraagstukken gefaciliteerd en heeft bijgedragen aan meer synergie in de beoordeling.

Komende jaren wordt het instrumentarium voor ontwerpen en beoordelen geïntegreerd. Het ministerie van IenW voert in overleg met de waterschappen en experts aanvullingen en aanpassingen door op basis van de ervaringen van de beheerders en kennisontwikkeling. In 2018 wordt de basis gelegd voor de doorontwikkeling van het instrumentarium. Het ministerie werkt samen met beheerders en de markt aan een visie om de richting van de doorontwikkeling van de instrumenten te bepalen. Ook wordt gewerkt aan roadmaps voor de faalmechnismen piping en macrostabiliteit, aan hydraulische belastingen en aan software om de kaders voor de doorontwikkeling te bepalen.

Voor het ontwerpproces krijgen de waterkeringbeheerders nieuwe software tot hun beschikking waarmee zij de belastingen op de dijken (hydraulische ontwerpbelasting) eenvoudiger kunnen bepalen voor verschillende klimaatscenario's en zichtjaren. Ook komt in 2018 een overzicht beschikbaar van handleidingen, leidraden en software voor het ontwerp van waterkeringen. De technische leidraden en rapporten zijn in 2018 via een nieuw systeem te raadplegen. Daarmee is kennis makkelijker te vinden, te beheren en te actualiseren. Begin 2019 is de nieuwe Handreiking Ontwerpen met Overstromingskansen gereed (OI2014 versie 5). Voor de toepassing van de nieuwe normering en het ontwerpinstrumentarium in projecten van het Hoogwaterbeschermingsprogramma speelt de handreiking ook in op de praktijkervaringen en adviezen van het Kennisplatform Risicobenadering.

Het Expertise Netwerk Waterveiligheid (ENW) heeft in 2017 een advies over Beoordelen op Maat uitgebracht. Naar aanleiding van dit advies en kennisuitwisseling met de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk ontwikkelt het ministerie van IenW in overleg met de waterschappen een methodiek om ervaringen van experts transparant en onderbouwd te benutten bij beoordelingen op maat.

Lange Termijn Ambitie Rivieren: Programma Integraal Rivier Management

De waterveiligheid is een centrale en urgente opgave in het rivierengebied: de waterveiligheid is randvoorwaardelijk voor de toekomstige ontwikkeling, waarbij we ons moeten voorbereiden op toenemende rivierafvoeren door klimaatverandering. De voorkeursstrategie voor Rijn en Maas voor waterveiligheid, zoals vastgelegd in eerdere Deltaprogramma's, is een combinatie van dijkversterking en rivierverruiming. Dijkversterking wordt voortvarend opgepakt in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Rivierverruiming krijgt een nieuwe impuls.

Naast waterveiligheid kennen de Rijn en Maas andere samenhangende Rijks- en regionale opgaven. De Rijksopgaven kennen allemaal een min of meer verplichtend en noodzakelijk karakter en zijn gerelateerd aan de scheepvaart, de waterkwaliteit, het natuurbeheer, de zoetwatervoorziening en het rivierbodembeheer. Regionale opgaven betreffen onder meer natuurontwikkeling, recreatie/economie en een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat. Ook ligt er een relatie met ruimtelijke adaptatie.

De betrokken overheden zijn het erover eens dat het voor de genoemde opgaven belangrijk is om de rivier als systeem en integraal te benaderen, waarbij het bereiken van de wettelijke waterveiligheid een randvoorwaarde is. Én dat gerichte inzet van rivierverruiming de mogelijkheden biedt om meerdere vliegen in één klap te slaan.

De minister van IenW heeft het voornemen uitgesproken om samen met de betrokken stakeholders (overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties) in het rivierengebied een programma Integraal Rivier Management op te zetten en reserveert hiervoor een bedrag van € 375 miljoen begroting op het Deltafonds. De minister ontwikkelt samen met de partners van het Deltaprogramma een afwegingskader om te komen tot keuzes voor maatregelen. Een van de verbindende maatregelen in het programma is rivierverruiming, de inzet van rivierverruiming draagt bij aan vele doelen. Door gericht op specifieke plaatsen te investeren in rivierverruiming worden de doelen voor waterveiligheid gehaald (kwetsbaarheid beperken, dijken kunnen lager blijven, een robuuster riviersysteem op langere termijn) en wordt er bijgedragen aan andere rijks(beheer)opgaven zoals scheepvaart en aan gebiedsontwikkeling en andere regionale opgaven. Differentiatie tussen de riviertakken is hierbij mogelijk in uitwerking en (tempo van) uitvoering. De Rijn- en Maasbestuurders hebben uitgesproken samen de ambitie voor rivierverruiming tot 2050 te willen formuleren en die ambitie in tranches van zes jaar concreet te maken en te willen uitvoeren. Regionale bestuurders hebben ook hun bereidheid uitgesproken om mee te investeren. De ambitie en de tranches worden vertaald in een waterstandslijn waar de dijkversterkingen rekeningen mee houden. De waterstandslijn behorend bij de ambitie geldt als een inspanningsverplichting, de waterstandslijn behorend bij een tranche als een resultaatverplichting.

Het programma Integraal Rivier Management wordt in 2020 vastgelegd in een beleidskader, waarschijnlijk via een tussentijdse wijziging van het Nationaal Waterplan 2016-2021 die voor ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening is. De programmering en uitvoering van rivierverruiming vindt plaats in afstemming met het Hoogwaterbeschermingsprogramma dat onderdeel is van het Deltaplan Waterveiligheid. Over het financieren van de maatregelen van een eerstvolgende tranche worden nadere afspraken gemaakt tussen Rijk en regio op basis van het afwegingskader, waarbij mogelijk ook een verdeelsleutel aan de orde komt. Het uitwerken van het afwegingskader en de structuurvisie en op termijn het starten van onderzoeken en verkenningen voor rivierverruiming vraagt om een bijbehorende werkorganisatie en governance. Deze zal de komende tijd worden opgezet, samen met betrokken partijen. Hierbij kan worden aangesloten bij de ervaringen met en de organisatie van Rijk en regio binnen het Deltaprogramma. Hierbij wordt ook de participatie van maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven meegenomen.

Slimme combinaties

In specifieke situaties, bijvoorbeeld waar dijkversterking heel duur of maatschappelijk zeer ingrijpend is, zijn 'slimme combinaties' met ruimtelijke inrichting en/of rampenbestrijding mogelijk om het beschermingsniveau te behalen. Het ministerie van IenW heeft samen met een begeleidingsgroep* uitgewerkt bij welke dijktrajecten een slimme combinatie technisch kansrijk is*. Technisch kansrijk betekent hier dat de baten (de besparing op de dijkversterking) opwegen tegen de kosten van de maatregelen in laag 2 en laag 3. Of een slimme combinatie technisch kansrijk is, blijkt af te hangen van de wijze waarop de norm voor het betreffende dijkvak tot stand is gekomen: afhankelijk van het overstromingsrisico kan ofwel het Lokaal Individueel Risico bepalend zijn voor de norm ofwel de maatschappelijke kosten-batenafweging* . Een slimme combinatie is technisch niet kansrijk waar de norm gebaseerd is op de maatschappelijke kosten-batenanalyse, omdat de norm hier al tot een dijkontwerp leidt waarbij kosten en baten in balans zijn. Hier zijn geen besparingen op het dijkontwerp te behalen met een slimme combinatie: de eventuele ruimtelijke maatregelen die op deze locaties nodig zijn voor een slimme combinatie leiden tot hogere kosten. Een slimme combinatie blijkt technisch kansrijk bij de 58 dijktrajecten waar het Lokaal Individueel Risico de norm van het dijktraject bepaalt. Hier is eventueel een slimme combinatie mogelijk met maatregelen om de crisisbeheersing te verbeteren. Er moet wel sprake zijn van een versterkingsopgave, dat is niet altijd het geval. Ook kan bij een nadere verkenning blijken dat een slimme combinatie toch niet kansrijk is. Daardoor zullen er in de praktijk naar verwachting enkele tientallen daadwerkelijk kansrijke slimme combinaties zijn.

Het initiatief voor een slimme combinatie moet in, of in overleg met het gebied ontstaan. Of een slimme combinatie daadwerkelijk invulling krijgt bij technisch kansrijke trajecten hangt af van de lokale omstandigheden. Er is een concrete aanleiding nodig om een slimme combinatie te willen onderzoeken, zoals gebrek aan ruimte voor versterking van de primaire waterkering, onevenredig hoge kosten van dijkversterking of een ander zwaarwegend maatschappelijk belang. Ook moeten de betrokken partijen er vertrouwen in hebben dat het vereiste beschermingsniveau met de slimme combinatie te handhaven is. Hierdoor is op dit moment niet aan te geven of en bij welk technisch kansrijk traject een slimme combinatie eventueel tot stand zal komen. Een slimme combinatie komt in aanmerking voor middelen die bestemd zijn voor HWBP-subsidie als een reguliere dijkversterking zeer kostbaar of ingrijpend is.

Gevolgen van een overstroming beperken door goede ruimtelijke inrichting (laag 2)

Ook als de waterkeringen op orde zijn, blijft er een kans op een overstroming. Een van de opgaven van het Deltaprogramma is de ruimte zo in te richten dat de gevolgen van overstromingen afnemen. Daarmee wordt de hersteltijd na een overstroming korter en zijn dijkversterkingen op de lange termijn mogelijk te beperken, uit te stellen of te voorkomen. Ook wordt Nederland weerbaarder voor klimaatverandering. De Stuurgroep Deltaprogramma heeft geconstateerd dat gevolgbeperking door ruimtelijke inrichting gerichte extra inspanning vraagt. In de nieuw opgerichte werkgroep Gevolgbeperking werken de partijen die betrokken zijn bij het Deltaplan Waterveiligheid en het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie samen aan een versnelling. De werkgroep stelt in 2018 voor welke acties daarvoor noodzakelijk zijn en welke partijen een verantwoordelijkheid hebben om gevolgbeperking op te nemen in het beleid.

Crisisbeheersing (laag 3)

De veiligheidsregio's werken aan impactanalyses en strategieën voor handelingsperspectieven. Inmiddels zijn 23 veiligheidsregio's begonnen met een impactanalyse. De overige starten in de loop van 2018. Vier veiligheidsregio's hebben hun impactanalyses gereed. Het project Water en Evacuatie is in 2017 afgerond. Het programma heeft tools opgeleverd die de veiligheidsregio's nu via het gezamenlijke uitvoeringsprogramma Watercrises beheersen in veiligheidsregio (WAVE2020) implementeren in hun evacuatieplannen. Het programma WAVE2020 brengt de resultaten van de impactanalyses en de strategieën voor handelingsperspectieven samen tot één landelijk beeld, als basis voor een gezamenlijk plan van alle overheden voor het beheersen van een crisis als gevolg van een overstroming. Het programma geeft ook uitwerking aan bovenregionale (preventieve) evacuatie. Rijkswaterstaat brengt hiervoor het bovenregionale verkeersmanagement bij een evacuatie in. Daarnaast brengt het programma nieuwe handreikingen uit, onder meer voor continuïteit van de samenleving en herstel. In 2019 komt de handreiking Verplaatsen mens, dier en goederen beschikbaar als basis voor regionale en landelijke evacuatieplannen. Tot slot geeft het programma verder invulling aan de informatie-uitwisseling tussen de diverse verantwoordelijke organisaties zodat deze tijdens een crisis en in de preparatiefase over dezelfde informatie beschikken. De Stuurgroep Management Watercrises en Overstromingen (SMWO) is de opdrachtgever voor het programma WAVE2020; veiligheidsregio's, waterschappen, Rijkswaterstaat en de betrokken ministeries werken in het programma samen. In 2018 komt het Nationaal Crisisplan Evacuatie (NCP-E) gereed. Daarin staat ook de procedure voor de manier waarop de nationale overheid tot bestuurlijke besluiten komt bij een zeer omvangrijke evacuatie. Het plan is generiek van aard en bij meerdere ramptypen toepasbaar. Het NCP-E vervangt niet de bestaande nationale en regionale plannen en sluit aan bij de regionale plannen die nu in ontwikkeling zijn.

De resultaten van de impactanalyses en strategieën zijn ook te benutten voor het afwegen van maatregelen in laag 2, de invulling van de Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR) en de klimaatstresstesten die de gemeenten uitvoeren. Het blijft van belang dat de veiligheidsregio's werken aan de crisisbeheersing bij overstromingen. Het effect van evacuaties (de evacuatiefracties*) zijn immers verwerkt in de beschermingsnorm.

In september 2017 vond de grootschalige hoogwateroefening Deining & Doorbraak plaats. De oefening heeft veel inzichten, ervaringen en leerpunten opgeleverd. Het werken met het Landelijk Crisismanagementsysteem (LCMS) werd over het algemeen als positief ervaren; op onderdelen lijkt verdere uniformering wenselijk. Daarnaast bevestigde de oefening het belang van goed afgestemde crisiscommunicatie. (Zie ook het kader in paragraaf 7.4.1.)

Rijkswaterstaat heeft in 2017 de haalbaarheid van reverse laning als evacuatiemaatregel beoordeeld. Reverse laning is een verkeerskundige maatregel waarbij op de tegenoverstelde rijstrook de rijrichting tijdelijk wordt veranderd, zodat deze benut kan worden voor uitgaand verkeer bij evacuatie. De haalbaarheidsstudie laat zien dat reverse laning in Nederland niet of nauwelijks tot een snellere evacuatie leidt en dat de maatregel veel voorbereidingstijd vraagt. Het advies is daarom om terughoudend om te gaan met de inzet van reverse laning. De komende periode wordt de beleidsinzet nader bepaald. In de dreigingsfase ligt de nadruk op preventieve evacuatie via de weg. Het is niet mogelijk de hoofdinfrastructuur zodanig aan te passen dat deze in overstroomd gebied geheel beschikbaar blijft. Buiten overstroomd gebied is het wel wenselijk dat de infrastructuur voor alle modaliteiten beschikbaar blijft. Onderwerp van onderzoek in de komende periode is of de bestaande verkeersmanagement- en evacuatiestrategieën volstaan of dat er aanvullende strategieën nodig zijn, en wat de kosten daarvan zijn. Als mogelijke pilotlocatie voor reverse laning wordt gedacht aan de N3 bij Dordrecht. De uitvoering van een praktijkproef met reverse laning wordt in samenspraak met de veiligheidsregio's uitgevoerd aan de hand van een nog te ontwikkelen evaluatiekader.

Kennis en innovatie

Om de opgave voor waterveiligheid goed en op tijd te kunnen invullen, zijn onderzoeken en innovaties specifiek over dit thema nodig, in aanvulling op de Deltaprogramma-brede kennisontwikkeling (zie paragraaf 2.3). Deze themaspecifieke kennis komt vooral tot stand via de kennisprogrammering van het ministerie van IenW en de POV's uit het Hoogwaterbeschermingsprogramma.

Nieuwe kennisprogrammering

Sinds 1 januari 2018 werkt het ministerie van IenW aan de uitvoering van de kennisprogrammering Waterveiligheid. Het programma richt zich op drie thema's: Techniek, Systeem en Leefomgeving. Onder het thema Techniek vallen onderwerpen als belastingen en geotechniek. Onder het thema Systeem valt onderzoek naar de kust en de rivieren. Het nieuwe thema Leefomgeving omvat onderwerpen die raken aan waterveiligheid, zoals wateroverlast. De kennisprogrammering wordt jaarlijks geactualiseerd.

Het ministerie en de waterschappen hebben een overzicht opgesteld van alle kennisopdrachten voor waterveiligheid. Zo weten organisaties van elkaar wie wat onderzoekt en worden kansen voor samenwerking zichtbaar. Een voorbeeld van samenwerking is het onderzoek All Risk* van vijf universiteiten (onder leiding van TU Delft), waar het Hoogwaterbeschermingsprogramma, het ministerie van IenW en de waterschappen actief bij zijn betrokken. Een ander voorbeeld is de samenwerking aan de onderzoekslijnen Rivieren en Kustgenese 2.0 in het Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat. In het najaar van 2017 hebben Nederlandse, Amerikaanse en Engelse experts in een intensieve workshop hun methoden voor het beoordelen van waterkeringen vergeleken.

POV Macrostabiliteit: Eemdijkproef

In de POV Macrostabiliteit (POVM) onderzoeken marktpartijen, kennisinstituten en overheden hoe dijkversterking beter, sneller en goedkoper kan. In vier clusters zoeken ze innovatieve oplossingen voor het faalmechanisme macrostabiliteit. De oplossingen worden direct getest en zo mogelijk als pilot uitgevoerd in projecten. Waterschap Rivierenland is de trekker van deze POV. Als onderdeel van de POV werd begin 2018 de Eemdijkproef uitgevoerd. De onderzoekers lieten twee proefdijken bezwijken, één met een damwand en één zonder, en monitorden de vervorming en de sterkte. Aan de damwandproef werken Waterschap Vallei en Veluwe, Deltares en verschillende marktpartijen samen. PhD-studenten van het Allrisk-programma analyseren de gegevens.

Dijkversterking met damwanden is kostbaar, maar wordt regelmatig toegepast als er weinig ruimte voor dijkversterking is, bijvoorbeeld door bebouwing langs de dijk. De proef levert naar verwachting mogelijkheden om de ontwerp- en beoordelingsmethodieken aan te scherpen. Misschien zijn in de toekomst lichtere damwanden te gebruiken. Dat scheelt staal en de damwand is dan mogelijk aan te brengen met lichtere methoden die minder hinder voor de omgeving geven. Dat kan ook kosten besparingen opleveren.

POV Voorlanden

Voor een deel van de Nederlandse dijken ligt een voorland: een buitendijks terrein tussen de dijk en de rivier of een ondiepe waterbodem voor de teen van de dijk. Een voorland kan positief bijdragen aan de sterkte van de dijk. Bij de beoordeling van de dijken wordt daar tot nu toe geen rekening mee gehouden. Als dat wel gebeurt, zijn kosten te besparen en is overlast door dijkversterkingen te beperken. Begin 2017 is de POV Voorlanden gestart. Het doel is een Handreiking Voorland op te stellen waarmee alle beheerders van primaire waterkeringen vanaf 2019 het effect van voorlanden optimaal en uniform kunnen meewegen in de beoordeling en in projecten van het Hoogwaterbeschermingsprogramma.

In december 2017 is de tussenversie van de handreiking gereedgekomen. Deze versie is besproken met verschillende betrokkenen, waaronder waterkeringbeheerders, adviseurs, onderzoekers en het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Een volgende versie wordt rond de zomer van 2018 verwacht. Aan het eind van 2018 is de definitieve versie gereed, zodat deze vanaf 2019 beschikbaar is.

POV Kabels en Leidingen

In de dijken liggen veel leidingen voor water en gas en kabels voor elektriciteit en datacommunicatie. Beheerders van die kabels en leidingen zijn vooral netbeheerders. Bij een dijkversterking staat voor de dijkbeheerder de veiligheid van de waterkering voorop, voor de netbeheerder de leveringszekerheid voor de burger. Als deze twee partijen elkaar op tijd vinden, is de doorlooptijd van een dijkversterkingsproject te verkorten en zijn de kosten aanzienlijk te verminderen. Uit de risicodossiers die voor alle HWBP-projecten worden opgesteld, blijkt dat kabels en leidingen een groot projectrisico vormen, in het bijzonder de kabels en leidingen die nog niet in beeld zijn. Daarmee vormen kabels en leidingen ook een belangrijk risico voor het totale programma. De POV Kabels en Leidingen (POV K&L) richt zich daarom op de volgende doelen:

  1. de werelden van dijkbeheerders, netbeheerders en andere betrokken partijen verbinden;
  2. de veiligheidsrisico's (voor de dijk en voor de kabels en leidingen) optimaliseren en beter beheersen;
  3. de uitvoeringsrisico's (tijd, geld, inhoud en proces) optimaliseren en beter beheersen.
Waardering van adaptiviteit en flexibiliteit

Deltares heeft als onderdeel van een promotieonderzoek* onderzocht in welke mate rivierverruimende maatregelen uit de voorkeursstrategie voor de IJssel extra flexibiliteit bieden om de strategie in de toekomst aan te passen en of het mogelijk is deze flexibiliteit via een maatschappelijke kosten-batenanalyse in geld te waarderen. Het onderzoek is mede in opdracht van het Deltaprogramma uitgevoerd. De onderzoekers hebben de analyse op een vernieuwende manier uitgevoerd met de zogeheten 'reële-optietheorie'.

Een belangrijke conclusie is dat flexibiliteit aantoonbaar waarde heeft en dat het rendement van adaptief geprogrammeerde maatregelen toeneemt als rekening gehouden wordt met de onzekerheid in de toekomstige rivierafvoer. Het onderzoek kan keringbeheerders helpen om tot onderbouwde keuzes bij het ontwerp van waterkeringen te komen.

3.2Deltaplan Waterveiligheid: maatregelen om Nederland te beschermen tegen overstromingen

Het Deltaplan Waterveiligheid omvat alle geprogrammeerde en te programmeren onderzoeken, maatregelen en voorzieningen van het Deltaprogramma op het gebied van waterveiligheid. De maatregelen worden bekostigd uit het Deltafonds en in een enkel geval uit de begroting van het ministerie van IenW. Waar van belang staan ook regionale maatregelen zonder rijksbijdrage in het Deltaplan Waterveiligheid.

De deltacommissaris brengt jaarlijks een voorstel uit voor het Deltaprogramma, met als onderdeel de deltaplannen. De deltaplannen bevatten onderzoeken, maatregelen en voorzieningen voor de waterveiligheid, ruimtelijke adaptatie en de zoetwatervoorziening in Nederland. De programmering is voor de eerste zes jaar gedetailleerd ingevuld en voor de daaropvolgende zes jaar indicatief en biedt een doorkijk naar 2050 (conform art. 4.9, vijfde lid, van de Waterwet).

Het Deltaplan Waterveiligheid, zoals hierna beschreven, bevat grafieken en tabellen over de voortgang, programmering, planning en fasering van de projecten voor waterveiligheid.

3.2.1Uitvoeringsprogramma's

Hoogwaterbeschermingsprogramma

Het Hoogwaterbeschermingsprogramma is een voortrollend programma met een programmering voor zes jaar en een doorkijk naar de daarop volgende zes jaar. Het doel van het programma is dat alle waterkeringen in 2050 aan de norm voldoen. Daarmee heeft iedereen die in Nederland achter een primaire waterkering woont, uiterlijk in 2050 ten minste een beschermingsniveau van 10-5 per jaar. De waterschappen en Rijkswaterstaat vormen een uitvoeringsalliantie en stellen gezamenlijk het Hoogwaterbeschermingsprogramma op. De beheerder van het betreffende dijktraject voert de dijkverbetering uit en krijgt hiervoor een subsidiebijdrage uit het Hoogwaterbeschermingsprogramma van 90% van de kosten, gebaseerd op een doelmatige, sobere uitvoering. De alliantie stelt ieder jaar een nieuw programmeringsvoorstel op dat voortbouwt op de programmering van het voorgaande jaar (voortrollend programmeren). De minister van IenW stelt het programma jaarlijks vast als onderdeel van het Deltaplan Waterveiligheid.

De uitvoering van het Hoogwaterbeschermingsprogramma is in volle gang en ligt op schema. De eerste doelstelling, om in 2020 100 kilometer dijk te hebben versterkt, wordt naar verwachting gehaald. De totale nieuwe opgave voor dijkversterking zal in 2023 goed in beeld komen, na afronding van de eerste beoordelingsronde. De dijkversterkingen in het programma zijn geprioriteerd op basis van urgentie. De urgentste trajecten staan al in het programma en voor de meeste van deze trajecten loopt de verkenning of de planuitwerking. Als wettelijk onderdeel* van het vaststellen van het programma vindt jaarlijks een consultatie plaats op basis van een conceptprogrammering. Begin 2018 heeft de consultatie* over het conceptprogramma 2019-2024 plaatsgevonden. Aandachtspunten bij de programmering waren de instroom van nieuwe projecten, het toewerken naar een steeds stabieler programma en het inpassen van het Hoogwaterbeschermingsprogramma in de dijkrekening van het Deltafonds. Werken met de nieuwe normering kan bij de uitwerking van projecten tot nieuwe inzichten en opgaven leiden. Dit werkt door in de scope en kosten van een project, wat via de optelsom van alle projecten ook doorwerkt in het programma. De voorgestelde aanpassingen zijn zo goed mogelijk verwerkt binnen de uitgangspunten van het programma.

Bij de uitvoering van dijkversterkingsprojecten is het regionale en lokale gebiedsproces heel belangrijk. Dijkversterkingen kunnen impact hebben op de leefomgeving. Daarom worden de relevante stakeholders zo vroeg mogelijk betrokken. Medeoverheden hebben hierbij ook een formele rol. Zo hebben gemeenten een rol vanwege de verantwoordelijk voor de lokale ruimtelijke ordening (bestemmingsplan). Provincies hebben een belangrijke rol bij dijkversterkingsprojecten vanwege de verantwoordelijkheid voor de leefomgeving, regionale gebiedsontwikkelingen en natuur. Ook stellen provincies het Projectplan Waterwet vast, een cruciale schakel in de totstandkoming van dijkversterkingsprojecten. Gemeenten en provincies hebben daarnaast de rol om kansen voor meekoppeling met andere opgaven en ambities in het gebied te identificeren en te benutten. Daarvoor brengen de waterschappen de conceptprogrammering van het Hoogwaterbeschermingsprogramma tijdens de jaarlijkse consultatie in de Gebiedsoverleggen van het Deltaprogramma in.

Nieuwe projecten in het programma

Het programma 2019-2024 omvat de eerste nieuwe projecten die voortkomen uit de eerste (partiële) beoordeling van waterkeringen op basis van de nieuwe normering. In totaal gaat het om vier nieuwe projecten. Deze projecten hebben op basis van urgentie een plaats in het programma gekregen. Tot medio 2020 omvat de programmering zowel dijkversterkingen die voortkomen uit de (verlengde) derde toetsronde op basis van de oude normering (veelal in uitvoering) als (steeds meer) dijkversterkingen op basis van de eerste beoordelingsronde met de nieuwe normering. De dijkversterkingen die voortkomen uit de toetsing aan de oude normen, worden gedimensioneerd volgens de nieuwe normen.

Dijkversterking in kilometers per jaar

In 2050 moeten alle waterkeringen aan de waterveiligheidsnorm voldoen. De verbetering van 943 kilometer dijk en 468 kunstwerken is onderdeel van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. De komende jaren krijgt het programma verder invulling op basis van de resultaten van beoordelingen.

De figuren 2 en 3 geven een prognose van de uitgevoerde dijkversterkingen en kunstwerken. Beide figuren laten zien dat het aantal uitgevoerde verbeteringen na de opstartjaren sterk toeneemt. Het Hoogwaterbeschermingsprogramma is op stoom aan het komen. De alliantiepartners van het Hoogwaterbeschermingsprogramma werken aan slimme en gedragen oplossingen. Daarbij is het streven de doorlooptijd van dijkversterkingsprojecten te verkorten en de kilometerprijs te verlagen.

Staafdiagram dat per jaar de toename van de veilige dijklengte in kilometers en reeds veilige dijklengte in kilometers weergeeft.
Figuur 2 Prognose van de uitvoering van dijkversterkingen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma in kilometers. Gegevens van de jaren 2016-2023 zijn gebaseerd op de realisatie in 2017. Het jaar 2024 is gebaseerd op het voorgestelde programma 2019-2024.
Staafdiagram dat gerealiseerde kunstwerken, de toename van veilige kunstwerken en de reeds veilige kunstwerken weergeeft
Figuur 3 Prognose van de uitvoering van verbeteringen van kunstwerken in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Gegevens van de jaren 2016-2023 zijn gebaseerd op de realisatie in 2017. Het jaar 2024 is gebaseerd op het voorgestelde programma 2019-2024.

Kennisontwikkeling en innovatie noodzakelijk

(Technologische) innovaties en kennisontwikkeling bij de beheerders vormen een belangrijke motor om het doel van het Hoogwaterbeschermingsprogramma te behalen. Het programma stimuleert dit met Communities of Practice en projectoverstijgende verkenningen (POV's).

Community de Dijkwerkers

Communities worden gezien als hét middel om samenwerking en kennisuitwisseling tussen alliantiepartners te stimuleren. Sinds 2017 vormt de community de Dijkwerkers de koepel. Van dit online platform zijn meer dan 30 communities met in totaal ruim 700 leden (dijkwerkers) lid. Daartoe behoren acht Communities of Practice (CoP's), ieder gericht op een bepaalde groep dijkwerkers (zoals projectmanagers, omgevingsmanagers, concern controllers). De CoP's organiseren samen 15 tot 20 bijeenkomsten per jaar om kennis uit te wisselen. De community de Dijkwerkers zet jaarlijks meerdere enquêtes uit binnen de community over nieuwe ontwikkelingen en manieren om nog beter samen te werken.

Projectoverstijgende verkenningen

Projectoverstijgende verkenningen (POV's) hebben als doel nieuwe kennis en innovatieve oplossingen te ontwikkelen die in meerdere projecten toepasbaar zijn. POV's zijn daarmee voor het hele Hoogwaterbeschermingsprogramma belangrijk om tot een betere uitvoering en slimmere, gedragen en ook goedkopere oplossingen te komen. Tabel 1 geeft een overzicht van de lopende POV's en de bijbehorende planning. De geprogrammeerde POV's zijn verschillend van karakter. Sommige richten zich op technisch-inhoudelijke verdieping (zoals de POV Piping en de POV Macrostabiliteit), andere op het omgaan met risico's (zoals de POV Kabels en Leidingen) of het omgaan met specifieke omstandigheden (zoals de POV Voorlanden). Zie paragraaf 3.1 voor inhoudelijke resultaten van de POV's.

Ook in afzonderlijke projecten komen innovaties tot stand. In 2017 is één project met een innovatief element afgerond: de mobiele kering in Spakenburg. De POV's en de innovatieve elementen van projecten dragen bij aan het streven om de projecten sneller en goedkoper uit te voeren.

Tabel 1: Gestarte projectoverstijgende verkenningen en planning
Projectoverstijgende verkenningen en innovaties HWBP 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Nr. op kaart Naam
321 POV Piping
322 POV Waddenzee
322 Klei en grasbekleding (POV-Waddenzee)
322 Dijk met voorland (POV-Waddenzee)
322 Pilot Kerkhovenpolder-Duitsland (POV-Waddenzee)
* POV Macrostabiliteit
* JLD Klapanker (POV-Macrostabiliteit)
* POV Kabels en Leidingen
323 Systeemuitwerking hoogwaterperspectief Vecht
* POV Voorlanden
* POV-Dijkversterking Gebiedeigen Grond
* Reservering innovatie

Legenda: Onderzoek Verkenning Planuitwerking Realisatie

* Deze POV’s hebben geen specifieke locatie en zijn dus ook niet weergegeven op de kaart.

Tabel 2 Programmering maatregelen Deltaplan Waterveiligheid
Hoogwaterbeschermingsprogramma 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Begrotingsreeks Programma 2019-2030 178 276 451 392 460 607
Nr. op kaart Projectnummer Naam project
201 22AR Fort Everdingen-Ameide Sluis
202 22W Vianen
203 25Q Grebbedijk
204 22D Neder-Betuwe
205 24AG, 24AL, 24AM Zuid-Beveland West, Hansweert S1
206 05C IJsseldijk Gouda (fase 2)
207 05D Verbetering IJsseldijk Gouda (VIJG) spoor 1
208 05E Verbetering IJsseldijk Gouda (VIJG) spoor 2
209 06D Capelle/Zuidplas
210 02B Waaiersluis te Gouda
211 22AI Wolferen-Sprok
212 22AW Sprok-Sterreschans
213 22K Stad Tiel
214 22X (incl. tussenstukken 22BA) Gorinchem-Waardenburg (GoWa)
215 22Y (incl. tussenstukken 22BC) Tiel-Waardenburg (TiWa)
216 16M Geervliet-Hekelingen 20-3
217 16E Zettingsvloeiing V3T
218 22AQ Ameide-Streefkerk
219 02D Sterke Lekdijk: Wijk bij Duurstede-Amerongen
220 02F Sterke Lekdijk: Culemborgse veer-Beatrixsluis
221 02I Sterke Lekdijk: Irenesluizen-Culemborgse veer
222 22AU Sterreschans-Heteren
223 13N Ravenstein-Lith
224 24AH + 24AN Zuid-Beveland West, Westerschelde S2
225 24AO Zuid-Beveland West, Westerschelde S3
226 06K (incl. tussenstukken) Krachtige IJsseldijken Krimpenerwaard (KIJK)
227 80K SVK Hollandse IJsselkering (schuif)
228 06F Restopgave Hollandse IJssel
229 13K Cuijk-Ravenstein
230 02E Sterke Lekdijk-Salmsteke
231 34U Zwolle-Olst
232 34M Zwolle
233 34R Keersluis Zwolle
234 34AP Vecht Dalfsen west
235 34AK Vecht Stenendijk Hasselt
236 34AN Vecht-Zwolle
237 22E Gameren
238 80F IJmuiden
239 34O Mastenbroek IJssel
240 24AE Zuid-Beveland Oost, Oosterschelde
241 24AQ Kanaal Zuid Beveland
242 24R Zuid-Beveland Oost, Westerschelde
243 34P Mastenbroek Zwarte Meer
244 34L Genemuiden-Hasselt
245 34Q Mastenbroek Zwarte Water
246 18A Eemshaven-Delfzijl
247 28F + 28H Koehool-Lauwersmeer
250 18D Lauwersmeer/Vierhuizergat
251 27D Zuidermeerdijk-MSNF
252 25K IJsseldijk Apeldoorns kanaal
253 34K Rondom Kampen
254 03O Wieringerzeewering/Balgzanddijk/Amsteldiepdijk
255 80G Vlieland
256 03V Kunstwerken
257 80L Marken
258 25L Noordelijke Randmeerdijk
259 80B Drongelens kanaal (P52)
260 02C Versterking voormalige C-kering HDSR
261 Versterking voormalige C-kering Rijnland
262 Versterking voormalige C-kering RWS
263 03I Noordzeekanaal (D31 t/m D37)
264 03E Wieringermeerkering
265 80A Sluis Bosscherveld

Legenda: Onderzoek Verkenning Planuitwerking Realisatie

Tabel 3: Maatregelen Bestuursovereenkomst Maas
Bestuursovereenkomst Maas *3 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Nr. op kaart Naam
331 Tranche 1
331 Tranche 2
331 Tranche 3
332 Baarlo
333 Venlo-Velden en Groot Boller
Herberekening Maasovereenkomst
(voorfinanciering)

Legenda: Onderzoek Verkenning Planuitwerking Realisatie

*3 Kern van de versnelling van de projecten binnen de bestuursovereenkomst Maas is het gecombineerd uitvoeren van verkenning, planuitwerking en realisatie van de dijkversterking. Behoudens de dijkversterkingen van Blerick, Bij de oude gieterij (19C) en Steyl-Maashoek (19D) worden de dijkversterkingen nu gecombineerd uitgewerkt in één integrale verkenning. Voor realisatie zal voor ieder van de projecten een planning en een raming worden opgesteld. Tranche 1 betreft de dijktrajecten: 19N Nieuw Bergen, 19Q Belfeld, 19R Beesel en 19I Heel. De realisatiefase is gesplitst over 2019 en 2020 omdat voor één dijkraject de beschikking mogelijk pas in 2020 kan worden aangevraagd. Tranche 2 betreft de dijktrajecten: 23C Alexanderhaven (hiervan zijn 23A en B al volledig beschikt), 19D Steyl-Maashoek en 19O Buggenum (bedrag planuitwerking Alexanderhaven bestaat uit verkenning en planuitwerking) Tranche 3 betreft de dijktrajecten: 19K Well, 19J Arcen en 19H Thorn. Voor de realisatiefase is er rekening mee gehouden dat voor één dijktraject de beschikking in 2020 wordt aangevraagd en voor de andere twee in 2021. Aangezien de aanvraag voor de realisatiefase voor de resterende twee groter is dan € 40 miljoen, is het bedrag gesplitst over 2021 en 2022. Venlo-Velden en Groot Boller betreft de dijktrajecten: 19L Venlo-Velden en 19S Blerick Groot Boller. Deze worden integraal meegenomen in de Verkenning van het MIRT-project Meer Maas Meer Venlo. Kessel is als apart dijktraject opgenomen. Het voorkeursalternatief voor dit dijktraject betreft het uit de Waterwet halen van 19R. Hiervoor zal in 2018 de beschikking worden aangevraagd. In overleg met het Hoogwaterbeschermingsprogramma zullen daarover financieringsafspraken gemaakt worden. Het is nog niet zeker of deze voorkeursvariant uitwerking zal krijgen. Mocht dit niet slagen, dan zal voor dit dijktraject alsnog in een later stadium een beschikkingsaanvraag planuitwerking en realisatiefase worden ingediend.

Tabel 4 Reservering voorfinanciering
Reververing voorfinancieringen 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Nr. op kaart Projectnummer Naam project
373 36-2 Gemaal van Sasse
350 24AK, 24AJ, 24AR Sint Annaland/Kop van Ossenisse
352 14A Geertruidenberg/Amertak
355 28J * Lemsterhoek
359 28H Lauwersmeerdijk
356 04A Spuihaven Schiedam
357 21A Rijnkade
360 21H Havenstraat
361 21I IJsselpaviljoen
362 21K Vispoorthaven
358 21F Twentekanaal-regulier deel
368 03R Gouwzee & Buiten IJ
372 03Y Koppelstuk Durgerdam
369 03S Koppelstuk Markermeerdijk
366 21E Industrieterrein Gruthoek
370 06H Stolwijkerschutsluis
* Maasovereenkomst

* Beschikking is verleend en voorschot is betaald, maar projecten zijn nog niet 'dijk veilig' gemeld en/ of de beschikking voor de realisatiefase is nog niet vastgesteld. Het project is nog niet formeel afgerond.

Zie paragraaf 2.1 onder ‘Integrale aanpak’ voor een toelichting op de potloodprogrammering.

Tabel 5 Potloodprogrammering 2025-2030
Potloodprogrammering 2025 - 2030 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Nr. op kaart Projectnummer Naam project
601 02H Sterke Lekdijk: Klaphek-Jaarsveld
602 02J Sterke Lekdijk: Vreeswijk-Klaphek
603 02G Sterke Lekdijk: Salmsteke-Schoonhoven
604 27E IJsselmeerdijk
605 17D Kerkhovenpolder-Duitsland
606 27F IJmeerdijk-Almere Poort
607 27C Kunstwerken Noordoostpolder
608 13S 's Hertogenbosch-Heusden
609 21AI Spijk-Westervoort
610 22BJ Everdingen-Ravenswaaij
611 22BK Heerewaardense Afsluitdijk
612 22BI Gorinchem-Sliedrecht
613 22AT Gameren
614 22BL Sliedrecht-Kinderdijk
615 13H Boxmeer-Cuijk
616 Maasboulevard Cuijk
617 03L Helderse zeewering
618 03Q Dijkvak Markermeer (D22) Schardam
619 03P Dijkvak Markermeer (D18)
620 34AL + 34AM Vecht Noord Zwartewaterland
621 34AR + 34AS Vecht-Oost

Legenda: Verkenning Planuitwerking Realisatie * * *

* De in geel, blauw en oranje weergegeven projecten zijn als reservering overgeheveld naar de ‘potloodprogrammering’ van het programma, omdat nog niet een beoordeling is doorlopen die aan alle aspecten van de wet voldoet. Voor de grijs getinte projecten geldt dat nog geen ILT oordeel is ontvangen maar deze wel zijn opgenomen in de planning van de ILT. Programmeren van deze projecten is momenteel nog niet mogelijk, omdat een bevestiging van een onvoldoende beoordeling door de ILT een voorwaarde is om opgenomen te kunnen worden op het hoogwaterbeschermingsprogramma. De projecten zijn als kansrijk te bestempelen en derhalve als reservering meegenomen.

Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma

Het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma bestaat voornamelijk uit projecten die voortkomen uit de eerste en tweede toetsing van de primaire waterkeringen. De laatste projecten van dit programma zijn in uitvoering. De versterking van de Markermeerdijken start waarschijnlijk begin 2019. Meer informatie is te vinden in de 13e voortgangsrapportage van het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma.*

Tabel 6: Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma
Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma 2019 2020 2021 2022 2023 >
Budget: totaal € 2663 miljoen, waarvan vanaf 2019 nog € 872 miljoen.
501 Hoogwaterkering Den Oever
502 Houtribdijk
503 Markermeerdijk Hoorn-Edam-Amsterdam
504 Waddenzeedijk Texel

Legenda: Verkenning Planuitwerking Realisatie

Ruimte voor de Rivier

In 1993 steeg het water in de grote rivieren tot verontrustende hoogte en in 1995 werd het gevaar van overstroming zo groot dat uit veiligheidsoverwegingen besloten werd 250.000 mensen en een veestapel van één miljoen dieren te evacueren. Dit was de aanleiding voor het programma Ruimte voor de Rivier. Het doel was om eind 2015 het vereiste veiligheidsniveau langs de Rijntakken en het benedenstroomse deel van de Maas te realiseren en de daarmee samenhangende ruimtelijke kwaliteit te versterken. Het programma Ruimte voor de Rivier is in 2001 aangewezen als Groot Project.

Inmiddels is de eindevaluatie aan de Tweede Kamer gestuurd. Uit de evaluatie blijkt dat het programma zijn doelstellingen binnen het toegekende budget en grotendeels binnen de vooraf opgestelde planning heeft behaald. Het nog beschikbare budget is afdoende voor de definitieve afronding van betalingen en afdekking van de laatste risico's. Het rivierengebied is door het programma veiliger en economisch, ecologisch en landschappelijk sterker geworden en er is meerwaarde gecreëerd voor bewoners, recreanten, bedrijfsleven en natuur.

Het programma Ruimte voor de Rivier bestond uit 34 maatregelen: uiterwaardvergravingen, dijkterugleggingen, krib- en kadeverlagingen, dijkverbeteringen, verwijdering van obstakels, ontpoldering en de aanleg van een hoogwatergeul. Een onafhankelijke toets door Deltares laat zien dat de rivieren door deze maatregelen de vereiste rivierafvoer kunnen verwerken. Het onafhankelijke Q-team onder voorzitterschap van de Rijksadviseur voor Landschap en Water heeft geconstateerd dat de ruimtelijke kwaliteit bij de projecten versterkt is, vaak in ruime mate.

De evaluatie benoemt als opvallende zaken:

  • de Planologische Kernbeslissing, die structuur en ruimte bood;
  • de dubbele doelstelling (waterveiligheid en ruimtelijke kwaliteit), die tot urgentiebesef en draagvlak leidde;
  • de mogelijkheid voor omwisseling naar maatregelen met groter regionaal draagvlak;
  • de nadruk op samenwerken op alle niveaus en sterke regionale betrokkenheid;
  • de toepassing van innovatieve oplossingen, onder meer om sloop van woningen en gebouwen te voorkomen;
  • strakke sturing op de planning, naast de sturing op geld;
  • goede financiële basis met ruimte voor burgerparticipatie, onvoorziene zaken en communicatie.
Infographic met een samenvatting van de voortgang van de maatregelen van Ruimte voor de Rivier
Figuur 4 Stand van zaken Ruimte voor de Rivier per 31 december 2017

Maaswerken

De hoogwaters van 1993 en 1995 vormden niet alleen de aanleiding voor Ruimte voor de Rivier, maar ook voor de projecten Zandmaas/Grensmaas van de Maaswerken. Zandmaas/Grensmaas heeft een drievoudige doelstelling: hoogwaterbescherming, natuurontwikkeling en zand- en grindwinning. Het maatregelenpakket van Zandmaas bestaat onder meer uit het aanleggen en verhogen van kaden, het verruimen van de rivier de Maas, de aanleg van een retentiegebied en hoogwatergeulen en het creëren van gebieden waar natuurontwikkeling kan plaatsvinden. Het maatregelenpakket van Grensmaas bestaat uit het verruimen van de rivier, de aanleg van kaden, dekgrondbergingen en nevengeulen, en natuurontwikkeling. Het geheel wordt gecombineerd met zand- en grindwinning. Inmiddels is de eindevaluatie aan de Tweede Kamer gestuurd.

De hoogwaterdoelstelling van Zandmaas is al in 2015 bereikt. Voor Grensmaas is in 2017 de hoogwaterdoelstelling veiliggesteld. Een bijzonder element van Zandmaas/Grensmaas is de zelfrealisatie* door zand- en grindbedrijven. Deze werkwijze is toegepast in een groot deel van het project Grensmaas en in twee onderdelen van Zandmaas. Een belangrijk deel van het project kon de overheid daardoor budgetneutraal uitvoeren (naar schatting twee derde): de kosten voor rekening van de Rijksbegroting bedragen ongeveer € 550 miljoen, terwijl de totale projectkosten naar schatting € 1,5 miljard bedragen. De ruimtelijke impact van Zandmaas/Grensmaas is groot, met de ontwikkeling van meer dan 1500 hectare natuur en grondverzet van circa 150 miljoen m3. Veel projecten hebben ook bijgedragen aan de doelstelling van de Europese Kaderrichtlijn Water. In de komende jaren worden de natuur- en grindwinningsdoelstellingen volledig bereikt. De einddatum voor de natuurdoelstelling in de Grensmaas is 31 december 2018. De grindwinning in de Grensmaas loopt door tot en met 2024 om de zelfrealisator gelegenheid te geven goed aan te sluiten bij de marktomstandigheden. Voor meer informatie zie de 33e Voortgangsrapportage Zandmaas en Grensmaas.*

Tabel 7 Maatregelen Maaswerken
Maaswerken 2019 2020 2021 2022 2023 >
Budget Grensmaas: totaal € 153 miljoen, waarvan vanaf 2019 nog € 72 miljoen.
Budget Zandmaas: totaal € 400 miljoen, waarvan vanaf 2019 nog € 78 miljoen.
806 Grensmaasproject 11 locaties 2024
807 Sluitstukkaden Waterschap Limburg
808 Sluitstukkaden Waterschap Limburg

Legenda: Verkenning Planuitwerking Realisatie

WaalWeelde

In WaalWeelde werken regionale partijen, Rijk, bedrijven en burgers onder regie van de provincie Gelderland samen aan een veilige, natuurlijke en economisch sterke Waal. Voor twee van de negen projecten in het uitvoeringsprogramma van WaalWeelde loopt de uitvoering door in 2019: de Loenensche Buitenpolder en de Herinrichting van de Heesseltse Uiterwaarden. Voor meer informatie: zie waalweelde.gelderland.nl.

Tabel 8 Maatregelen WaalWeelde
Waalweelde 2019 2020 2021 2022 2023 >
Budget: € 31 miljoen van het Rijk (uit NURG en Verbeterprogramma Rijkswateren) en € 30 miljoen van provincie Gelderland.
Projecten Rijk
431 Heesseltsche uiterwaarden
Projecten provincie Gelderland
435 Loenensche Buitenpolder

Legenda: Verkenning Planuitwerking Realisatie

Afsluitdijk

Het project Afsluitdijk bestaat uit dijkversterkingen en voorzieningen voor het vergroten van de afvoercapaciteit. Voor meer informatie: zie www.deafsluitdijk.nl en paragraaf 7.2.1.

 

Tabel 9: Maatregelen Afsluitdijk
Afsluitdijk 2019 2020 2021 2022 2023 >
Budget: € 1578 miljoen voor versterking Afsluitdijk en vergroting afvoercapaciteit en € 20 miljoen voor ambities.
421 Afsluitdijk

Legenda: Verkenning Planuitwerking Realisatie

Herstel Steenbekledingen Oosterschelde en Westerschelde en Vooroeverbestortingen Zeeland

Het project Herstel Steenbekledingen Oosterschelde en Westerschelde en Vooroeverbestortingen Zeeland bestaat uit de versterking van de steenbekleding op dijken langs de Oosterschelde en de Westerschelde. Uit nader onderzoek is gebleken dat bij Borsele geen maatregelen nodig zijn.

Tabel 10 Programmering maatregelen Herstel Steenbekledingen Oosterschelden en Westerschelden en Vooroeverbestortingen Zeeland.
Herstel steenbekledingen Oosterschelde en Westerschelde en Vooroeverbestortingen Zeeland 2019 2020 2021 2022 2023 2024 >
Budget: totaal € 812 miljoen waarvan vanaf 2019 nog € 44 miljoen
Vooroeverbestortingen
912 Breskens-C
913 Breskens
915 Zierikzee
916 Burghsluis
917 Schelphoek
918 Ellewoutsdijk
919 Nieuw-Neuzenpolder
920 Margarethapolder
921 Kleine Huissenspolder
922 Eendragtpolder
923 Molenpolder
924 Waarde- en Westveerpolder
925 Vlissingen
926 Oost-Bevelandpolder
927 Wemeldinge-West
928 Wemeldinge-Oost
929 Hoedenskerke

Legenda: Onderzoek Verkenning Planuitwerking Realisatie

3.2.2Rivierverruiming in samenhang met dijkversterking

Om een betekenisvolle start te kunnen maken met rivierverruiming heeft het Rijk voor zijn aandeel in de meerkosten van rivierverruiming € 200 miljoen in het Deltafonds gereserveerd. Op basis van regionale voorstellen voor Rijn en Maas heeft de minister van IenW ingestemd met de MIRT-verkenningen in Tabel 12.

Voor de Maas vinden naast de MIRT Onderzoeken en -verkenningen uit tabel 11 en 12 ook verkenningen plaats naar vijf systeemherstelmaatregelen. Dit zijn HWBP-verkenningen naar dijkverleggingen en dijkversterkingen conform de Bestuursovereenkomst Maas (Tabel 3).

Het Deltaprogramma zal de kennis en ervaringen uit de programma’s Ruimte voor de Rivier en Maaswerken benutten in de bestuurlijke afspraken over het Programma Integraal Rivier Management waarin Rijk en regio samen uitwerking geven aan de voorkeursstrategie voor de rivieren (krachtig samenspel van dijkversterking en rivierverruiming).

Februari 2018 heeft de Stuurgroep Varik-Heesselt besloten, overigens niet unaniem, het voorlopige voorkeursalternatief dijkversterking met natuur- en watercompensatie in de uiterwaarden (VKA1) ter visie te leggen. De deltacommissaris heeft daarover in juni 2018 een advies uitgebracht aan de minister van IenW.

Tabel 11: MIRT Onderzoeken rivierverruiming
MIRT Onderzoeken 2019 2020 2021 2022 2023 2024 >
Maas
701 Zuidelijk Maasdal (voorheen Maastricht)
702 Lob van Gennep
703 Maasoeverpark 's Hertogenbosch-Maasdriel
Rijn
704 IJsselkop

Legenda: Onderzoek Verkenning Planuitwerking Realisatie

Tabel 12: MIRT-verkenningen rivierverruiming
MIRT Verkenningen 2019 2020 2021 2022 2023 2024 >
Rijn
711 Varik-Heesselt
712 Rivierklimaatpark IJsselpoort
Maas
721 Meanderende Maas (voorheen Ravenstein-Lith)
722 Oeffelt-Vortum
723 Meer Maas Meer Venlo (voorheen Venlo)

Legenda: Onderzoek Verkenning Planuitwerking Realisatie

Tabel 13: Realisatie rivierverruiming
Realisatie 2019 2020 2021 2022 2023 2024 >
Rijn
732 IJsseldelta fase 2
733 Kribverlaging Pannerdensch Kanaal
Maas
731 Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum

Legenda: Onderzoek Verkenning Planuitwerking Realisatie

3.2.3Onderzoeken volgend uit kennisagenda en in gebieden

Voor de uitwerking van deltabeslissingen en voorkeursstrategieën en de maatregelen en voorzieningen in het Deltaprogramma is een aantal vervolgonderzoeken geprogrammeerd.

Tabel 14 Programmering onderzoeken voor Waterveiligheid en Ruimtelijke adaptatie
Onderzoeken waterveiligheid en ruimtelijke adaptatie 2019 2020 2021 2022 2023 2024 >
Waterveiligheid
Gereedschappen en instrumenten
Verbetering en aanvulling instrumentarium voor beoordelen (WBI2023)
Kennisontwikkeling Waterveiligheid
Optimalisatievraagstukken
Systeemwerking IJsselmeergebied
Fundamenteel onderzoek
Extra monitoring, onderzoek en pilots zandig systeem (is onderdeel Kustgenese 2.0)
Morfologisch gedrag riviersystemen en stabiliteit splitsingspunten
Ruimtelijke adaptatie
Stimuleringsprogramma Ruimtelijke adaptatie (2018-2022)
cf Deltaplan Ruimtelijke adaptatie

Legenda: Onderzoek Verkenning Planuitwerking Realisatie

Maatregelen Waterveiligheid
Kaart 2 Maatregelen Waterveiligheid