Dit hoofdstuk gaat in op de implementatie van de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie (paragraaf 5.1) en de voortgang van de maatregelen uit het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (paragraaf 5.2).

5.1Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie

Het doel van de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is een klimaatbestendige en waterrobuuste ruimtelijke inrichting van Nederland in 2050. Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen moeten daarom vanaf 2020 klimaatbestendig en waterrobuust handelen. Vorig jaar hebben de overheden afgesproken de aanpak te versnellen en te intensiveren; de activiteiten daarvoor hebben ze vastgelegd in het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. De versnelling is nu breed ingezet. De meeste overheden werken aan stresstesten en geven klimaatadaptatie een plaats in plannen en regels. Bodemdaling blijkt de opgave voor ruimtelijke adaptatie te vergroten. In 2018 hebben de overheden daarom in het Interbestuurlijk Programma* afgesproken bodemdaling mee te nemen in de stresstesten en de risicodialogen die ze in het kader van Deltaplan Ruimtelijke adaptatie uitvoeren. Dit levert inzicht op in de impact van bodemdaling op wateroverlast, droogte, hitte en de gevolgen van overstromingen. Bij de presentatie van het Deltaprogramma 2018 heeft de deltacommissaris alle overheden opgeroepen om substantieel extra middelen voor ruimtelijke adaptatie vrij te maken om de ambities en afspraken waar te kunnen maken. Het Rijk reserveert, aanvullend op het lopende stimuleringsprogramma, in totaal € 20 miljoen extra middelen. Deze reservering is bedoeld voor met name kennisontwikkeling en –deling, pilots en de ondersteuning van decentrale overheden bij onder andere de uitvoering van stresstesten en risicodialogen in 2019 en 2020. Bovendien bereidt het Rijk een wijziging van de Waterwet voor om subsidies uit het Deltafonds voor regionale maatregelen tegen wateroverlast juridisch mogelijk te maken. Daarnaast zijn in het kader van het in het Regeerakkoord aangekondigde Bestuursakkoord Klimaatadaptatie de overheden met elkaar in overleg over de financiële opgave voor ruimtelijke adaptatie.

Concrete stappen met ruimtelijke adaptatie

In het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie staan zeven ambities met concrete tussendoelen. In het Deltaplan is afgesproken dat gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk uiterlijk in 2019 samen met betrokkenen de kwetsbaarheden in kaart brengen voor de vier thema's* in hun beheergebied, zowel voor stedelijk als landelijk gebied. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk maken regionale afspraken over de samenwerking bij deze analyse.

De werkregio's monitoren zelf de voortgang in hun gebied. Zeven bestaande gebiedsoverleggen rapporteren op basis daarvan over de voortgang van ruimtelijke adaptatie voor de jaarlijkse voortgangsrapportage van de deltacommissaris. Dat heeft in het voorjaar van 2018 informatie opgeleverd over 357 van de 380 gemeenten en geeft nu een eerste beeld. Het merendeel van de overheden is begonnen met het in kaart brengen van de kwetsbaarheden voor extreem weer, vaak echter nog niet voor alle vier de thema's of voor het hele grondgebied. Een klein deel van de gemeenten geeft aan dat nog geen stresstest is uitgevoerd en voor een nog kleiner deel van de gemeenten is dit onbekend. Daar waar wel een stresstest is uitgevoerd, is in een kwart van de gevallen ook een risicodialoog gestart. In de tweede helft van 2018 komen standaarden voor de stresstest beschikbaar. Daarmee worden de uitkomsten beter vergelijkbaar.

Twintig gemeenten hebben een uitvoeringsprogramma voor ruimtelijke adaptatie, de meeste liggen in de regio Hoge Zandgronden-Zuid. Veertien gemeenten rapporteren dat ze ruimtelijke adaptatie in hun Omgevingsvisie hebben verwerkt, vooral in de regio Hoge Zandgronden-Oost.

Rijkswaterstaat verzamelt in het project Klimaatbestendige Netwerken kennis over de kwetsbaarheid van infrastructuur bij klimaatverandering. Een aantal jaar geleden heeft Rijkswaterstaat voor het hoofdwegennet al een stresstest voor wateroverlast uitgevoerd; in 2019 is een stresstest voor alle vier de thema's klaar.

In 2017 is gewerkt aan de verbinding tussen het Deltaplan Zoetwater en het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. De koppeling tussen beide deltaplannen biedt meer kansen voor een integrale aanpak van beide thema's. Ook voor het onderwerp bodemdaling zoeken de programma's verbinding met elkaar.

De Stuurgroep Deltaprogramma heeft geconstateerd dat gevolgbeperking door ruimtelijke inrichting gerichte extra inspanning vraagt. In de nieuw opgerichte werkgroep Gevolgbeperking werken de partijen die betrokken zijn bij het Deltaplan Waterveiligheid en het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie samen aan een versnelling.

Nationale Vitale en Kwetsbare functies

De Vierde voortgangsrapportage Aanpak Nationale Vitale en Kwetsbare functies is te vinden in Achtergronddocument F.

In 2017 hebben de verantwoordelijke departementen (voorlopige) ambitieniveaus* vastgesteld voor het doorfunctioneren of snel herstellen van vitale en kwetsbare functies in overstroomd gebied. Deze ambities vormen de uitgangspunten voor de kwetsbaarheidsanalyse in de regio. Voor de meeste functies is de stap 'weten' vervolgens grotendeels ingevuld. De functies drinkwater, afvalwater en chemie hebben hiervoor het afgelopen jaar goede stappen gezet. Voor een aantal andere functies zijn minder grote stappen gezet. De voortgang van de stap 'willen' loopt verder uiteen. Voor 2020 moet beleid en toezicht zijn vastgelegd om de vastgestelde ambitieniveaus te borgen. Voor de functie hoofdinfrastructuur wordt een verkenning gedaan naar maatregelen en de benodigde beleidsinzet. Voor een aantal andere functies voldoen de bestaande wet- en regelgeving en het bestaande beleid al. Voor de overige functies is dit nog niet verkend. Voor een aantal functies (drinkwater, nucleair, infectieuze stoffen/genetisch gemodificeerde organismen) is in beeld hoe de stap 'werken' invulling krijgt met (eventuele) maatregelen.

Naast de nationale aanpak van de dertien vitale en kwetsbare functies zijn de afgelopen jaren vier regionale pilots Vitaal en Kwetsbaar gestart: Botlek, Westpoort, IJssel-Vechtdelta en Zeeland.

Monitoring van het doelbereik

Met de uitkomsten van de stresstesten en de daaropvolgende risicodialogen wordt het mogelijk de opgave voor ruimtelijke adaptatie preciezer in beeld te brengen en doelen te formuleren. Vooruitlopend daarop wordt gewerkt aan een consistente set criteria en indicatoren voor het meten van het doelbereik (zie Achtergronddocument A voor de stand van zaken). Deltaprogramma 2020 geeft de eerste resultaten.

Staafdiagram dat samenvat wat de voortgang is voor de vitale en kwetsbare functies
Figuur 6 Samenvatting voortgang vitale en kwetsbare functies voor de stappen 'weten', 'willen', 'werken'.
* Nog geen inzicht in voortgang stap 'werken'. RIVM maakt een samenvatting op basis van de individuele analyses die bedrijven hebben uitgevoerd (sector chemie) en die zijn aangeleverd aan het bevoegd gezag.

Uitvoeringsprogramma Nationale Klimaatadaptatiestrategie

In maart 2018 heeft het kabinet het uitvoeringsprogramma van de Nationale Klimaatadaptatiestrategie vastgesteld. Hierin staan de acties voor klimaatadaptatie voor thema's die aanvullend zijn op het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. Speerpunten zijn hittestress, landbouw, natuur, infrastructuur, gebouwde omgeving en samenwerken aan provinciale en regionale strategieën en visies. Bij raakvlakken werken de partijen van de Nationale Klimaatadaptatiestrategie en Deltaplan Ruimtelijke adaptatie nauw samen. Er wordt geen dubbel werk gedaan.

Kennis en innovatie

Kennis ontwikkelen en kennis delen Kennisontwikkeling komt onder andere tot stand via de onderzoekslijn Klimaatbestendige Stad van het Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK). Het consortium van onderzoeksbureaus – waaronder STOWA, Deltares, TNO en universiteiten – richt zich onder meer op groen-blauwe infrastructuur, gezondheid en kosten, baten en financiering. Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie voert daarnaast samen met een groot aantal onderzoeksinstellingen en gebruikers specifieke onderzoeken uit, zoals voor de verdere ontwikkeling van standaarden voor de stresstesten. Ook wordt de verbinding gelegd met de kennisprogramma's van onder andere het Deltaplan Zoetwater. Het Platform Samen Klimaatbestendig concretiseert de kennisbehoefte van lokale en regionale overheden en verwijst professionals in het land door naar praktijkervaringen en toepasbare kennis. Op het gebied van bodemdaling wordt samengewerkt met het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling. Ook bij de regionale overheden wordt kennis ontwikkeld.

TU Delft, TU Eindhoven, TU Twente en Wageningen Universiteit en Research hebben het 4TU Centre Resilience Engineering opgericht. Hierin koppelen ze technische en sociaaleconomische kennis op het gebied van resilience. Resilience is het vermogen van systemen om zich aan te passen aan externe ontwikkelingen en extreme omstandigheden, zoals klimaatveranderingen. De universiteiten hebben een voorstel ingediend voor een groot onderzoeksprogramma: DeSIRE. Dit voorstel is gehonoreerd. Het doel is een nieuwe generatie ingenieurs en experts op te leiden om resilience engineering succesvol toe te passen bij het ontwerpen, bouwen en integreren van vitale infrastructuur.

Onderzoeken en proefprojecten

In het hele land vinden pilots en onderzoeken plaats om tot concrete maatregelen voor klimaatadaptatie te komen. Zo heeft Rijkswaterstaat in het project InnovA58 de mogelijkheden voor klimaatadaptatie op een snelweg onderzocht. Daaruit blijkt dat klimaatadaptatie bij uitstek een gebiedsopgave is waar Rijkswaterstaat, waterschappen, gemeenten en natuurorganisaties samen oplossingen voor kunnen vinden, zoals betere waterafvoer via de weg als er een opgave voor wateroverlast in het gebied is. Uit een onderzoek in Rheden blijkt dat problemen met wateroverlast en riooloverstortingen zijn op te lossen door het hemelwater met verticale buizen diep in de bodem te laten infiltreren. Het waterschap en gemeenten in de regio Utrecht hebben een kansenkaart opgesteld voor het benutten van thermische energie uit oppervlaktewater, in het project Hitte koelen en benutten. Uit onderzoek voor de Merwedekanaalzone in Utrecht en de wijk de Mossen in Houten blijkt dat dit kansrijk en financieel aantrekkelijk kan zijn.

Smartroof 2.0

Op het voormalige Marineterrein in Amsterdam voeren bedrijven, overheden en stakeholders samen het innovatieve project Smartroof 2.0 uit. Ze hebben het zwarte asfaltdak van gebouw 002 omgevormd tot een blauw-groene oase met planten en hebben een groot aantal sensoren aangebracht. Het doel is meer inzicht te krijgen in de verkoelende werking van blauw-groene daken in steden. Regenwater komt terecht in een drainagelaag en wordt gebruikt voor natuurlijke irrigatie van de beplanting. Zo levert het dak een groot aantal voordelen: bij hoosbuien komt minder regenwater in het riool, de temperatuur op het dak daalt op hete dagen aanzienlijk, er komt meer groen in de stad en het ziet er mooi uit. Het kennisinstituut KWR Watercycle Institute begeleidt het onderzoek.

Congres Hittestress

De gevolgen van hitte – een van de vier thema's van Ruimtelijke adaptatie – zijn relatief onbekend bij het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen. In juni 2018 is in het kader van de Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS) samen met veel partijen, waaronder het Deltaprogramma, het Congres Hittestress georganiseerd. Centraal stond de vraag hoe Nederland omgaat met een warmer klimaat: wat weten we over hittestress, wat doet hitte met onze gezondheid, komen er meer pollen en insecten, wat betekent hitte voor de land- en tuinbouw, biedt hitte ook kansen, hoe gaan we om met nieuwe dier- en plantensoorten, hoe kunnen steden de woningbouwopgave, de energietransitie en klimaatadaptatie integraal oppakken en wat kunnen we leren van Zuid-Europese landen? Het congres werd door een breed publiek van honderden mensen bezocht en zeer gewaardeerd. Op basis van de oogst van het congres wordt als onderdeel van het uitvoeringsprogramma van de NAS een hitte-agenda opgesteld. De uitvoering daarvan start in het najaar van 2018.

5.2Deltaplan Ruimtelijke adaptatie: de maatregelen om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten

Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie omvat de maatregelen om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten, toegespitst op zeven ambities.

5.2.1Kwetsbaarheid in beeld brengen

Stresstest

Inzicht in de kwetsbaarheid voor weersextremen is de basis voor ruimtelijke adaptatie. Daarom hebben gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk in het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie afgesproken dat ze uiterlijk in 2019 samen met betrokkenen de kwetsbaarheden in hun gebied in kaart brengen met een stresstest. Het merendeel van de overheden is daarmee begonnen, vaak echter nog niet voor alle vier de thema's of voor het hele grondgebied. Gemeenten brengen de kwetsbaarheden vaak samen met waterschappen en de provincie in beeld.

Om de vergelijkbaarheid van de uitkomsten te verbeteren, wordt in 2018 gewerkt aan standaarden voor de stresstesten. Standaardisering betekent dat iedereen dezelfde invoer en parameters gebruikt voor de stresstest, zoals een standaard bui of standaard periode voor hitte of droogte. Maatwerk is mogelijk en de keuze van rekenmodellen is vrij. In februari 2018 heeft het Rijk in samenwerking met de andere overheden en kennisinstellingen de Handreiking gestandaardiseerde stresstest light gepubliceerd, een hulpmiddel om een eerste beeld van de kwetsbaarheden van een gebied te krijgen. In 2018 vindt doorontwikkeling van de stresstest plaats met nauwe betrokkenheid van de gebruikers en deskundigen, waaronder Stowa en Stichting Rioned. De stresstesten brengen ook de impact van bodemdaling op de kwetsbaarheid van het gebied in beeld. Bodemdaling kan daarbij het gevolg zijn van veenoxidatie, belasting van slappe bodems of verlaging van grondwaterstanden, maar ook van gas- of zoutwinning en erosie in rivieren.

In Zuid-Holland hebben de provincie en de waterschappen voor alle gemeenten een set digitale stresstestkaarten ontwikkeld die de kwetsbaarheden weergeven tot op gebouw- of straatniveau. Gemeenten kunnen daar gebruik van maken bij het uitvoeren van de stresstesten. De kaarten betreffen nu nog alleen de bebouwde omgeving. Samen met de gemeenten wordt de atlas verder doorontwikkeld, bijvoorbeeld voor het landelijk gebied en met de effecten van bodemdaling. De kaarten zijn te raadplegen via www.zuid-holland.klimaatatlas.net.

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft vergelijkbare kaarten opgesteld voor de Noord-Hollandse gemeenten. Deze zijn in te zien op hhnk.klimaatatlas.net.

De overheden kunnen voor hun stresstest ook gebruik maken van de impactanalyses van de veiligheidsregio's, rapportages over de kwetsbaarheid van nationale vitale en kwetsbare functies en kennis uit vier regionale pilots om deze functies minder kwetsbaar te maken.

Standaard neerslaggebeurtenissen voor wateroverlast en variabelen voor hitte

In verschillende gebieden kunnen verschillende soorten buien problemen veroorzaken. Deskundigen hebben daarom een set van buien samengesteld, om te gebruiken als invoer voor de stresstesten. Gekozen is voor herhalingskansen van 1/100 per jaar, 1/250 per jaar en 1/1000 per jaar, in combinatie met buien van korte duur (1 à 2 uur) en lange duur (48 uur). Aanvullend kan naar minder extreme buien gekeken worden, bijvoorbeeld voor het verkennen van maatregelen in de risicodialoog. Om gesteld te staan voor de klimaatopgave en vanwege de levensduur van investeringen is gekozen voor de neerslagstatistiek zoals verwacht in 2050. Gezien de snel ontwikkelende inzichten stelt het nationale team Ruimtelijke adaptatie deze standaarden zo nodig bij in de komende jaren.

Hoeveelheden kunnen wijzigen door voortschrijdende inzichten, zie stresstest op www.ruimtelijkeadaptatie.nl. Hittestress is uit te drukken in diverse variabelen, die samenhangen met verschillende vormen van hittestress.Kennispartijen kozen als standaardvariabelen voor twee variabelen die een sterke link hebben met inrichting van de ruimte 1) de gevoelstemperatuur overdag als maat voor het ‘comfort buiten overdag’ en 2) het aantal tropische nachten als maat voor het ‘comfort in gebouwen’. Deze laatste variabele raakt ook de eigen verantwoordelijkheid van eigenaren en gebruikers van gebouwen. Beide variabelen zullen in ieder geval in de stresstesten in beschouwing worden genomen.

Tabel 18: Drie standaardherhalingstijden leiden voor lokale en regionale schaal tot zes verschillende gebeurtenissen
schaal herhaling duur hoeveelheid (mm) klimaat 2050
lokaal 100 1 uur 70
250 1 uur 90
1000 2 uur 160
regionaal 100 48 uur 120
250 48 uur 130
1000 48 uur 160

Uitkomst stresstest Amsterdam Rainproof

In Amsterdam is de afgelopen jaren de stresstest wateroverlast uitgevoerd, gevalideerd en geanalyseerd door de partners die samenwerken aan Rainproof. Gebieden waar door extreme regenval kans is op ernstige schade aan gebouwen of vitale infrastructuur of op ontwrichting van de bereikbaarheid zijn rood gemarkeerd. Deze knelpunten moeten in vijf jaar worden weggewerkt. Dit gaat bijvoorbeeld om de Rivierenbuurt, de Baarsjes en een aantal ziekenhuizen, waar al hard wordt gewerkt aan oplossingen. Andere knelpunten zoals in de Pijp, de Banne, Betondorp, delen van de haven en Buitenveldert moeten in tien en vijftien jaar zijn opgelost. Dit wordt zo veel mogelijk opgepakt met werkzaamheden die toch al op stapel staan.

Kwetsbaarheid en historisch erfgoed

Ook locaties met roerend erfgoed en waardevolle historische interieurs kunnen kwetsbaar zijn voor klimaatverandering. Denk bijvoorbeeld aan musea en archiefinstellingen en gebouwen met historische interieurs, zoals kerken, buitenplaatsen, bestuursgebouwen, boerderijen en woonhuizen. Om gemeenten ervan bewust te maken dat dit erfgoed kwetsbaar is voor bijvoorbeeld wateroverlast, heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een waterdossier gepubliceerd op de website www.veilig-erfgoed.nl.

Het Haags Preventienetwerk (HPN) – een samenwerkingsverband van onder meer de Haagse musea, het Nationaal Archief en het Stadsarchief en de Koninklijke Bibliotheek, de veiligheidsregio, brandweer en politie – heeft als vervolg daarop het Haagse Waterproject uitgevoerd. Voor een aantal instellingen is geanalyseerd hoe hoog het water bij hun gebouw kan komen te staan en of het water binnen kan komen. Dit is gedaan met hulp van ingenieursbureaus en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De betreffende organisaties hebben vervolgens maatregelen geïnventariseerd om het erfgoed droog te houden. Ook hebben ze gezamenlijk een actieplan opgesteld. Het netwerk heeft contact gelegd met de gemeente om ook daar de bewustwording te creëren dat erfgoed in de gemeente Den Haag gevaar kan lopen bij veel water.

Pilots Vitaal en Kwetsbaar

De vier regionale pilots Vitaal en Kwetsbaar betreffen Amsterdam Westpoort, Botlek, IJssel-Vechtdelta en Zeeland. Amsterdam Westpoort herbergt veel vitale en kwetsbare functies. Een overstroming op deze plaats leidt niet alleen hier, maar ook elders in en rond Amsterdam tot grote economische schade en maatschappelijke ontwrichting. Ook infrastructuur die niet op de lijst van nationale vitale en kwetsbare objecten staat, zoals warmtenetten, wordt als cruciaal beschouwd bij de gevolgbeperking. In de pilot Botlekgebied hebben het Havenbedrijf Rotterdam en de gemeente samen met de belanghebbenden de huidige waterveiligheid in dit buitendijkse gebied geanalyseerd. Een overstroming leidt hier vooral tot economische schade, in mindere mate tot milieuverontreiniging en niet of nauwelijks tot slachtoffers. Zeeland richt zich vooral op het waterrobuuster maken van de elektriciteitsvoorziening, die voor vrijwel alle andere vitale en kwetsbare functies onmisbaar is. Daarnaast vormt de chemische sector een aandachtspunt. In de IJssel-Vechtdelta is sterk ingezet op bewustwording en urgentie bij de beheerders van de diverse functies. Dit heeft geleid tot een duidelijke onderbouwing van drempelwaarden. De provincie werkt aan voorwaarden voor netbeheerders bij nieuwbouw.

Een rode draad in alle regionale pilots is dat de regio behoefte heeft aan meer duidelijkheid over de rol en taakverdeling: waar staan het Rijk en de regionale partijen voor aan de lat, welke keuzes liggen voor en wie neemt de regie? Ondanks de geconstateerde kwetsbaarheden is het voor de regionale overheden, ketenpartners en bedrijven moeilijk om in actie te komen. Daarom gaat het Deltaprogramma samen met de regio onderzoeken wat nodig is om de stap van bewustzijn naar handelen te zetten. Dat gebeurt de komende periode voor een aantal casussen, in samenwerking met (overheids)partners uit de regio's, ketenpartners, verantwoordelijke departementen en het bedrijfsleven. De voorbereiding start in de zomer van 2018. Ook de sturingslijnen van het Rijk (interdepartementaal) en het Deltaprogramma worden in deze nieuwe fase (van weten en willen naar werken) opnieuw bezien en zo nodig aangepast. De stuurgroep Ruimtelijke adaptatie wordt sturend op het uitvoeren van de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie om de vitale en kwetsbare functies uiterlijk in 2050 beter bestand te maken tegen overstromingen en de wijze waarop dat in de regio's tot stand komt. Dit wordt sterker verbonden met de aanpak van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (stresstest, risicodialoog etc.). Het Rijk blijft verantwoordelijk om het beleid en de regelgeving hiervoor in 2020 aan te passen, indien nodig. Door deze wijziging van sturing wordt ook scherper wat nationaal geregeld moet worden en wat regionaal ingevuld kan worden.

5.2.2Risicodialoog voeren en strategie opstellen

De risicodialoog heeft twee doelen: op lokaal of regionaal niveau het bewustzijn over de kwetsbaarheid voor klimaatextremen vergroten en bespreken wat de eigen ambitie is om de kwetsbaarheden tegen te gaan en welke concrete maatregelen daarvoor mogelijk zijn. Onderdeel van het actieplan van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is het opstellen van een handreiking voor de risicodialoog. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat een aantal koplopers inmiddels de stap van stresstest naar risicodialoog heeft gemaakt. De ervaringen maken duidelijk dat de risicodialoog geen standaard handreiking vraagt, maar maatwerk en een gebiedsgerichte benadering. In 2018 verkent het nationale team Ruimtelijke adaptatie wat de beste manier is om de lokale partijen daarbij te ondersteunen, zodat de risicodialogen volgens afspraak overal in 2020 zijn uitgevoerd.

Risicodialoog Drechtsteden

De Drechtsteden stellen de woningbouwlocaties centraal in de risicodialoog. Dat is het resultaat van de stresstestkaarten voor de Drechtsteden. De gemeenten brengen met een vooranalyse de opgaven en de meekoppelkansen van rioleringsplannen en herbestratingsplannen in beeld.

5.2.3Uitvoeringsagenda opstellen

De inzet van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is dat de overheden uiterlijk in 2020 een uitvoerings- en investeringsagenda hebben opgesteld voor hun regio.

 

Regionale adaptatiestrategie Rijk van Maas en Waal

De samenwerking aan de regionale adaptatiestrategie Rijk van Maas en Waal is een voorbeeld om tot een gedragen aanpak voor ruimtelijke adaptatie te komen. Waterschap Rivierenland, zeven gemeenten in het Land van Maas en Waal en het Rijk van Nijmegen en de provincie Gelderland hebben de afgelopen jaren de kwetsbaarheden voor klimaateffecten en de kansen in beeld gebracht en op basis daarvan een risicodialoog met gebiedspartijen gevoerd. Eind 2018 leidt het proces naar verwachting tot een gedragen regionale adaptatiestrategie. In 2019 stellen de overheden een uitvoeringsagenda en lokale uitvoeringsplannen op.

5.2.4Meekoppelkansen benutten

De komende jaren zijn in steden en dorpen maatregelen nodig voor de energietransitie en om de leefbaarheid van wijken te vergroten. Dat biedt kansen voor combinaties met maatregelen voor klimaatadaptatie, bijvoorbeeld voor cultuurhistorie, natuur, biodiversiteit en woningbouw. In het Interbestuurlijk Programma hebben overheden afgesproken dat ze bij de uitwerking van de thema's 'toekomstbestendig wonen', 'naar een vitaal platteland' en 'regionale economie als versneller' cross-overs met klimaatadaptatie benutten. Op alle schaalniveaus bieden onderhouds-, ontwikkel- en beheeragenda's kansen om met ruimtelijke adaptatie mee te koppelen. Dat geldt voor zowel publieke als private maatregelen.

Stedenatlas Jacob van Deventer

In de zestiende eeuw bracht cartograaf Jacob van Deventer, in opdracht van de Spaanse koning, ruim 200 steden in 'de lage landen' in kaart. De 200 kaarten zijn onlangs gebundeld in de Stedenatlas Jacob van Deventer. De gedetailleerde kaarten geven inzicht in de oude waterinfrastructuren die voor een belangrijk deel nog aanwezig zijn. Met de kaarten is te analyseren hoe mensen door de eeuwen heen met water omgingen. Dat kan helpen om oplossingen te vinden voor actuele opgaven op het gebied van wateroverlast en droogte. Ook maken de kaarten duidelijk waarom op bepaalde plaatsen problemen ontstaan. Zo zijn bij stadsuitbreidingen in het verleden vaak oude waterwegen afgesloten of omgeleid, zonder de consequenties goed te overzien. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft een themadossier ontwikkeld over de rol van cultureel erfgoed in stresstesten en risicodialogen.

Voorbeelden van meekoppelen

In Deventer is klimaatadaptatie structureel onderdeel van het meerjarige onderhoudsprogramma openbare ruimte. Zo kan de gemeente bij ieder project kansen voor klimaatadaptatie benutten. Dat is inmiddels gebeurd bij de Hanzeweg, waar de gemeente groot onderhoud heeft gecombineerd met de aanpak van wateroverlast. Bewoners, ondernemers en organisaties in het gebied rond Lichtenvoorde, Vragender en Lievelde zetten zich in de pilot Klimaat Klaor in voor een veerkrachtig gebied dat tegen een stootje kan. De pilot is een initiatief van Waterschap Rijn en IJssel, gemeente Oost Gelre, de provincie Gelderland en LTO Noord afdeling Oost Achterhoek. De inzet is gezamenlijk plannen uit het gebied die raakvlakken hebben met groen, bodem, water en klimaat te versnellen.

5.2.5Stimuleren en faciliteren

In 2018 en 2019 zet het Deltaprogramma verschillende instrumenten in om ruimtelijke adaptatie te stimuleren en te faciliteren.

 

Extra middelen en wetswijziging Waterwet

In 2018 is het nieuwe Stimuleringsprogramma 2018-2022 van start gegaan. Hiervoor was in deze periode in totaal reeds € 5 miljoen uit het Deltafonds beschikbaar.

Het Rijk reserveert aanvullend op het lopende stimuleringsprogramma 2018-2022, in totaal € 20 miljoen extra middelen. Beoogd is om deze middelen in 2019 en 2020 met name in te zetten voor kennisontwikkeling en –deling, pilots en de ondersteuning van decentrale overheden bij onder andere de uitvoering van stresstesten en risicodialogen. Bovendien bereidt het Rijk een wijziging van de Waterwet voor om subsidies uit het Deltafonds voor regionale maatregelen tegen wateroverlast juridisch mogelijk te maken, ten behoeve van een toekomstige tijdelijke impulsregeling voor de versnelling van de aanpak van ruimtelijke adaptatie in de regio's. Het Rijk zal in overleg met de medeoverheden de tijdelijke impulsregeling vormgeven.

Stimuleringsprogramma

Het stimuleringsprogramma 2018-2022 richt zich in deze fase op de ondersteuning van de regio’s. In 2018 wordt gewerkt aan een impulsregeling waarmee het mogelijk wordt het beschikbare budget op transparante en effectieve wijze in te zetten voor het faciliteren van de regio. In de eerste helft van 2018 heeft het Klimaatadaptatie Adviesteam als onderdeel van het stimuleringsprogramma met twaalf regio’s gesprekken gevoerd over de vragen die leven bij de implementatie van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. Iedere regio heeft vervolgens een maatwerkadvies over de prangendste vraag gekregen. Een samenvatting van de vragen van de regio’s en de rode draad in de maatwerkadviezen is beschikbaar op het Kennisportaal. Er blijken vooral vragen te leven over samenwerking en governance: hoe betrekken we het bestuur en het management, wat pakken we lokaal op en wat regionaal, en hoe betrekken we andere partijen en organisatieonderdelen bij het proces en de risicodialoog? Bij de verdere invulling van het stimuleringsprogramma is gebruikgemaakt van de resultaten van het Klimaatadaptatie Adviesteam; deze geven een goed beeld van de vragen in de regio. Het Stimuleringsprogramma zal inspelen op deze vragen.

In maart 2018 is als onderdeel van het Stimuleringsprogramma de vierde tranche van Impactprojecten van start gegaan. Deze tranche richt zich met name op projecten voor ambitie 2 van het deltaplan: risicodialoog voeren en een strategie opstellen. Acht projecten zijn geselecteerd:

  • Design Thinking en Ruimtelijke Adaptatie (Provincie Noord-Brabant,provincie Limburg e.a.)
  • Risicodialoog voor een klimaatbestendige zakkende historische stad (Gouda, Hoogheemraadschap Rijnland, provincie Zuid-Holland)
  • Instrument Klimaatbestendig en Duurzaam Ontwikkelen (Gemeente Gooise Meren)
  • Wijkklimaat- en groenmonitor en augmented reality applicatie (Groningen)
  • Risicodialoog op basis van zelf meten aan hitte (Amersfoort)
  • Samenwerking (Agenda Stad) en watertorenberaad inzake klimaatslimme verstedelijking (Agenda Stad/ Heijmans, Watertorenberaad/Urbancore, Hogeschool van Amsterdam, Staatsbosbeheer, Tilburg, Zwolle, provincie Noord-Brabant)
  • Afwegingssystematiek voor waterrisico’s in het ruimtelijk domein (Rotterdam, Dordrecht, Amsterdam/Waternet, Zwolle, provincie Overijssel e.a.)
  • Klimaatstraat Nieuwdorp (Gemeente Borsele)

In 2017 heeft het Stimuleringsprogramma impactprojecten en living labs ondersteund. Begin 2018 zijn de resultaten van de derde tranche Impactprojecten verspreid via de nieuwsbrief Ruimtelijke adaptatie en het Kennisportaal. Het project Share my City leverde onder meer voor Dordrecht en Breda een instrument op waarmee bewoners kunnen zien welke klimaatadaptieve maatregelen in hun postcodegebied geschikt zijn. De hittetool voor dorpen en steden in Zeeland maakt het probleem van hittestress in landelijke regio's inzichtelijk. Het impactproject Klimaatbestendig ontwikkelen in Noordwijk heeft een praktisch stappenplan opgeleverd voor het klimaatbestendig inrichten van nieuwe wijken. Het project Hitte koelen en benutten biedt twee businesscases voor het winnen van thermische energie uit oppervlaktewater, dat als neveneffect het bestrijden van hittestress heeft. In 2017 was het impactproject over het afkoppelen van hemelwater en het vergroenen van het schoolplein al gereed.

Platform Samen Klimaatbestendig

In 2018 is het Platform Samen Klimaatbestendig opgericht. Om tot een versnelling van ruimtelijke adaptatie te komen, is het van belang de beschikbare kennis, instrumenten en ervaringen zo veel mogelijk te delen, zodat niet iedereen het wiel hoeft uit te vinden. Het platform bestaat uit een kernteam van communitymanagers en netwerkers die vraag en aanbod in verschillende regio's, sectoren en bestaande netwerken actief bij elkaar brengen. Het platform legt in 2018 en 2019 de nadruk op opschaling van goede praktijkvoorbeelden en de toegankelijkheid van (praktijk)kennis voor de regio's en gemeenten die klimaatadaptatie nog niet of slechts beperkt in hun beleidsvorming meenemen.

Handelingsperspectief bij niet-verzekerbare schade

Het nationale team Ruimtelijke adaptatie is in 2018 gestart met het werken aan een handelingsperspectief voor particulieren en bedrijven die niet-verzekerbare schade ondervinden door wateroverlast. De inzet is een duidelijk beeld te schetsen van de schadepreventie door overheden, de handelingsperspectieven voor particulieren en private partijen en het afdekken van het restrisico door verzekeraars en calamiteitenfonds(en). Het Deltaprogramma verkent in 2018 welke informatie al beschikbaar komt via de Nationale Klimaatadaptatiestrategie, het ministerie van LNV en het Verbond van Verzekeraars dat onderzoekt of uitbreiding van de huidige dekking met waterschade door ‘horizontaal water'* mogelijk is. Het (positieve) advies hierover van het Verbond van Verzekeraars aan haar leden hierover is verschenen op 9 augustus 2018.

Kennisportaal

Het Kennisportaal (www.ruimtelijkeadaptatie.nl) is de centrale website voor klimaatadaptatie waar kennis, tools, actuele informatie en voorbeeldprojecten te vinden zijn voor verschillende groepen gebruikers. Vooral de Handreiking gestandaardiseerde stresstest light en de klimaateffectatlas worden veelvuldig geraadpleegd. Het Kennisportaal biedt sinds 2017 aanvullende informatie over de NAS voor verschillende sectoren. Ook het Platform Samen Klimaatbestendig is nu te bereiken via het Kennisportaal. Partijen die aan de slag willen met klimaatadaptatie hebben via het Kennisportaal kennis en advies op maat ontvangen. Noord-Brabant heeft sinds mei 2018 ook een provinciaal kennisportaal.

Financiële prikkels voor klimaatadaptatie op particulier terrein

Begin 2018 is het onderzoek opgeleverd naar de financiële prikkels die gemeenten en waterschappen kunnen inzetten om inwoners en ondernemers te bewegen hun gebouw of tuin klimaatrobuust in te richten. Hieruit blijkt dat verschillende financiële prikkels mogelijkheden bieden. Een voorbeeld is het differentiëren van belastingen van waterschappen en gemeenten. Uit het onderzoek blijkt dat een mix van maatregelen, waaronder communicatie en koppeling met andere duurzaamheidsthema's, het grootste effect oplevert. Het nationale team Ruimtelijke adaptatie heeft op basis hiervan een aantal vervolgacties in gang gezet, waaronder het ondersteunen van pilots en het ontwikkelen van een duurzame modelverordening voor de rioolheffing. Ook is een pamflet opgesteld om gemeenten, waterschappen en provincies te informeren over de mogelijkheden die ze hebben voor het inzetten van financiële prikkels voor klimaatadaptatie. Dit pamflet is kort na de gemeenteraadsverkiezingen naar alle gemeenten, waterschappen en provincies verzonden om te kunnen gebruiken bij de totstandkoming van lokale coalitieakkoorden.

Regionale stimuleringsinitiatieven

In aanvulling op het Stimuleringsprogramma van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie hebben verschillende regio's ook zelf initiatieven genomen voor stimuleringsprogramma's. In 2018 zijn in Noord-Brabant bijvoorbeeld twee subsidielijnen gestart om de inrichting van groene schoolpleinen en de uitvoering van stresstesten en risicodialogen door gemeenten te stimuleren.

5.2.6Reguleren en borgen

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, naar verwachting op 1 januari 2021, moeten overheden hun Omgevingsvisies gereed hebben. Een afspraak uit het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is dat de overheden daarin doelen en ambities voor ruimtelijke adaptatie vastleggen. Veertien gemeenten hebben aangegeven dat ze dat al gedaan hebben. In januari 2018 heeft een aantal voorlopers ervaringen gedeeld tijdens een netwerkdag. Het KANS-netwerk, een samenwerkingsverband van gemeenten over klimaatadaptatie, ontwikkelt een keuzemodel met hulpmiddelen om ruimtelijke adaptatie in Omgevingsvisies op te nemen.

De overheden kunnen hun doelen en ambities voor ruimtelijke adaptatie ook in andere plannen, programma's en regels verankeren, zoals in plannen voor groen, openbare ruimte, energietransitie, circulair bouwen en duurzaamheid, vitaal platteland en riolering en in de gemeentelijke verordeningen. Verschillende overheden maken daar al gebruik van. De gemeente Amsterdam heeft een instrument ontwikkeld om circulair bouwen en innoveren te stimuleren, meten en belonen: de Roadmap Circulaire Gronduitgifte Amsterdam. Het instrument is te gebruiken bij tenders voor gronduitgifte, maar ook bij transformatie, renovatie en sloop. De 32 criteria uit de roadmap gaan niet alleen over materialen, maar ook over een adaptief en toekomstbestendig ontwerp en duurzaamheidsambities op het gebied van energie, water, biodiversiteit en ecosystemen. Afhankelijk van de tender, de specifieke gebiedskenmerken (zoals de aanwezige infrastructuur) en de ambitie kan een selectie uit de totale set criteria gemaakt worden en wordt de samenhang tussen de criteria afgewogen. Zo is het mogelijk om in elke tender te sturen op integrale en structurele verduurzaming.

Eind 2017 zijn de teams van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie en de Nationale Klimaatadaptatiestrategie een verkenning gestart over de manier waarop overheden de particuliere verantwoordelijkheid voor ruimtelijke adaptatie kunnen borgen via prestatierichtlijnen en predicaten. Als onderdeel daarvan hebben vertegenwoordigers van Deltaplan Ruimtelijke adaptatie, Nationale Klimaatadaptatiestrategie, NEN en de kennisplatforms CROW* en SBRCURnet* in oktober 2017 een bijeenkomst georganiseerd over de ontwikkeling van standaarden voor klimaatadaptatie. Het doel was de markt te informeren, de behoefte te peilen en de samenwerking tussen publieke en private partijen en standaardisatie-organisaties te versterken. Er is een initiatief gestart voor een gezamenlijke werkgroep die verkent welke bestaande standaarden relevant zijn, welke aanpassingen nodig zijn om klimaatbestendigheid te bewerkstelligen en aan welke nieuwe standaarden behoefte is.

Omgevingsvisie Hart van Holland

In Hart van Holland werken tien gemeenten aan een gezamenlijke agenda voor de Omgevingsvisies, door de verschillende opgaven integraal te bekijken. Klimaatadaptatie en meekoppelkansen zijn belangrijke onderwerpen, naast de opgaven voor verstedelijking, mobiliteit, energietransitie en natuurlijke leefomgeving (groen, water, biodiversiteit, bodemdaling, klimaatadaptatie). De gemeenten gebruiken de resultaten als input voor hun gemeentelijke Omgevingsvisies.

Bouwregelgeving en Woningwet

De bouwregelgeving kan naar verwachting helpen om belemmeringen voor ruimtelijke adaptatie weg te nemen en kansen voor ruimtelijke adaptatie te vergroten. Een van de acties uit het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is dat het Rijk voor 2020 verkent of aanvullende (bouw)regelgeving handig en nuttig kan zijn om een klimaatbestendige inrichting te bevorderen met voldoende ruimte voor maatwerk. Een team van het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie, de NAS en het ministerie van BZK voert deze verkenning uit. Het team bekijkt in eerste instantie welke mogelijkheden het bestaande instrumentarium biedt om aan klimaatadaptatie te werken en waarom deze mogelijkheden nog onvoldoende worden benut. Daarbij betrekt het team ook de watertoets. Input voor de verkenning kan onder meer komen uit de klimaatadaptatiedialoog Gebouwde Omgeving, aangekondigd in het Uitvoeringsprogramma 2018-2019 van de NAS, en uit onderzoek van de waterschappen. De waterschappen hebben verkend of het mogelijk is om in de eigen waterschapsverordeningen regels te stellen voor waterrobuust bouwen en of er behoefte is aan aanvullende bouwregelgeving van andere overheden. Het team onderzoekt ook of het mogelijk en wenselijk is om kwaliteitseisen vast te leggen voor het waterhuishoudkundig bouw- en woonrijp maken van gronden.

Als onderdeel van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie verkent het Rijk onder leiding van de minister van BZK hoe woningcorporaties door aanpassing van de Woningwet meer ruimte kunnen krijgen om bij te dragen aan ruimtelijke adaptatie bij nieuwbouw en onderhoud. Het ministerie van BZK trekt de nationale adaptatiedialoog over de gebouwde omgeving; dit onderwerp sluit daarbij aan.

Klimaatadaptatie bij nieuwbouw

De gemeente Epe houdt bij al haar nieuwbouwplannen rekening met klimaatadaptatie. De groenstructuren in de nieuwe wijk Klaarbeek vervullen bijvoorbeeld een functie voor zowel wateropvang als het beperken van hittestress. Daarnaast vergroten ze de biologische diversiteit en dienen ze als park en speelplaats voor de bewoners van de wijk.

5.2.7Handelen bij calamiteiten

Een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting kan de schade en overlast door extreme weersituaties aanzienlijk beperken, maar een calamiteit is nooit helemaal te voorkomen. Keteneffecten voorkomen is in zo'n geval belangrijk. Veiligheidsregio's en decentrale overheden brengen de kwetsbaarheden van de (nationale) vitale en kwetsbare functies in kaart. Veiligheidsregio's doen dit als onderdeel van de impactanalyses en de overheden als onderdeel van de stresstesten. Deze partijen spreken op regionaal niveau af hoe ze samen tot een complete inventarisatie komen. De risicodialoog bepaalt hoe de interactie tussen de tweede en derde laag van meerlaagsveiligheid zich vertaalt in de regionale adaptatiestrategie. Deltaprogramma 2020 meldt de voortgang.