Bijlage Indicatoren Signaalgroep Deltaprogramma

1.Indicatoren Signaalgroep

Onder regie van staf Deltacommissaris heeft een aantal experts van Deltares, KNMI, Planbureau voor de Leefomgeving, Rijkswaterstaat en Wageningen Universiteit (de Signaalgroep) in 2017 een eerste stap gezet met het optuigen van een methode waarmee tijdig en betrouwbaar signalen verkregen kunnen worden voor het eventueel bijstellen van de voorkeursstrategieën. Een eerste resultaat hiervan waren de signalen over de mogelijk versnelde zeespiegelstijging en de toenemende frequentie van piekbuien, waarover Deltaprogramma 2018 al rapporteerde.

Voor de signaleringsmethode zoeken de experts naar indicatoren voor het tijdig signaleren van ontwikkelingen die het doelbereik in gevaar kunnen brengen: "Wat willen we weten?" Indicatoren betreffen bijvoorbeeld de aannames en keuzes van de voorkeursstrategieën en deltabeslissingen over zeespiegelstijging, ruimtegebruik of verzilting. Vervolgens zoeken zij naar variabelen: "Hoe kunnen we dat meten?" Variabelen kunnen betrekking hebben op 'drijvende krachten' van de wateropgaven en ‘effecten van veranderingen’ op watersystemen of gebruiksfuncties. Variabelen voor de drijvende krachten (driver-variabelen) geven een vroegtijdig signaal, maar het precieze effect op de wateropgaven is vaak nog onduidelijk. Drijvende krachten zijn bijvoorbeeld zeespiegelstijging, de afvoer bij Lobith, het inwonertal van een dijkring, landgebruik en dergelijke. Effectvariabelen hebben als voordeel dat ze aangeven wat de consequenties van de verandering zijn, wat vaak sterker stimuleert om te handelen. Nadeel is dat effecten vaak pas waarneembaar zijn als al een langdurig traject van veranderingen in achterliggende processen heeft plaatsgevonden, zonder dat actie is ondernomen. De Signaalgroep zoekt daarom een goede combinatie van driver- en effectgerichte variabelen.

De vraag is of en hoe over deze indicatoren informatie te verzamelen is waarmee een signaal voldoende tijdig en met voldoende betrouwbaarheid in beeld komt. De Signaalgroep heeft daarvoor een ex-ante-inschatting gemaakt. Een signaal vormt het startpunt van een beleidsmatige discussie over de betekenis van het signaal. Van belang is dat het signaal en de discussie die daarop volgt gescheiden worden. Een signaal kan leiden tot gerichte aandacht in nader onderzoek, geplande evaluaties en monitoring, een analyse van consequenties en via eventuele aanpassing van beleid uiteindelijk tot aanpassing van projecten. Om dit proces goed te doorlopen, is het van belang tijdig een signaal te krijgen, maar ook om een betrouwbaar en stabiel signaal te hebben. Voldoende tijdig betekent: rekening houdend met de benodigde tijd voor planning, ontwerp en aanleg. Voor grote projecten is dat in de orde van grootte van tien jaar. Voldoende betrouwbaar betekent: een significante trend of waarschuwingssignaal uit een waarnemingsreeks waarin vaak veel ruis van jaarlijkse fluctuaties zit.

Tabel 18 geeft het geeft het geheel aan indicatoren dat de Signaalgroep gaat hanteren. Er zijn indicatoren voor waterveiligheid, voor zoetwater en ruimtelijke adaptatie. Vanwege de focus op Deltaprogramma-brede ontwikkelingen zal de Signaalgroep ook contacten onderhouden met het ministerie van IenW / Kennis, Innovatie en Strategie (KIS) en het programma Early Warning van Rijkswaterstaat, die periodiek signalen ophalen voor alle beleidsterreinen van het ministerie, zoals ontwikkelingen in het Europese transport, de binnenvaart en circulaire economie.

2.Het communicatieproces tussen de Signaalgroep en het Deltaprogramma

De Signaalgroep en het Deltaprogramma ontmoeten elkaar in elk geval twee keer per jaar in het Kennisnetwerk Deltaprogramma:

  • in januari van jaar X, om met elkaar te bespreken welke van de geïnventariseerde ontwikkelingen mogelijk aanleiding zijn voor het aanpassen van de voorkeursstrategieën. De Signaalgroep brengt daarbij de Deltaprogramma-brede ontwikkelingen in (bijvoorbeeld versnelling van zeespiegelstijging); de thema’s en gebieden brengen de thema- en regio-specifieke ontwikkelingen in (bijvoorbeeld veranderingen in de watervraag aan het IJsselmeer). De conclusies worden voorgelegd aan het Programma Overleg (PO) in maart; Dat stelt vast welke ontwikkelingen uitgewerkt moeten worden. De uit te werken ontwikkelingen worden gemeld in het Deltaprogramma van dat jaar X (= DP 200X+1). Beheerders en kennisinstituten verzamelen en analyseren vervolgens data over die ontwikkelingen en brengen in beeld waar aanpassingennodig kunnen zijn (in welke thema’s of gebieden). Grofweg loopt deze analyseperiode van maart tot en met augustus (of als er meer kennisontwikkeling nodig is tot augustus in het volgende of daaropvolgende jaar).
  • in september van jaar X, om de (inmiddels nader uitgewerkte) onderwerpen te bespreken die in de huidige strategieën mogelijk aanpassing behoeven en te adviseren of die aanpassing dat jaar al doorgevoerd moet worden of dat dit kan wachten tot de systematische zesjaarlijkse herijking. De conclusies worden in september aan het PO voorgelegd en daarna eventueel in de Stuurgroep Deltaprogramma; die stelt vast welke strategieën wanneer op welke punten aangepast moeten worden. De programmabureaus van het Deltaprogramma voeren de aanpassingen door. Grofweg loopt de discussie en de besluitvorming over eventuele aanpassingen van september X tot en met februari X+1. De aanpassingen worden gemeld in het Deltaprogramma van dat jaar X+1 (DP 200X+2).

Hiervoor is het jaarlijkse proces ten behoeve van de voortgangsbeschrijving in het jaarlijkse Deltaprogramma beschreven. Een signaal zet in het algemeen een proces van meerdere jaren in gang, waarbij via (aanpassing van) monitoring en beleidsevaluatie eventueel tot aanpassing van beleid en strategieën wordt besloten en waarop vervolgens de bijbehorende maatregelen worden gebaseerd.

Tabel 20 Indicatoren van Signaalgroep Deltaprogramma. Aanvullende info wordt verzameld om veranderingen en consequenties beter te begrijpen.

Indicator

Variabele

Waarom

Aanvullende info

Wie

Zeespiegelstijging

Verwachte zeespiegelstijging langs de Nederlandse kust in 2050, 2100 en 2200, incl. bandbreedte

Aanname in deltascenario’s, bepalend voor waterveiligheid

Meetreeks m.b.t. gemiddelde zeespiegelstijging wereldwijd, ruis-signaal verhouding is gunstiger om versnelling trend voldoende tijdig te kunnen vaststellen

KNMI

Suppletievolume/jaar

Effectindicator voor zeespiegelstijging met mogelijke invloed op voorkeursstrategie (vks)

Areaal intergetijde-gebied in Waddenzee, Oosterschelde, Westerschelde

Rijkswaterstaat

Sluitfrequentie stormvloedkeringen: Maeslantkering, Hollandsche IJsselkering, Oosterscheldekering

Effectindicator voor zeespiegelstijging met mogelijke invloed op vks Rijnmond-Drechtsteden

Alarmeringsfrequentie (meer waarnemingen)

Stormvloedfrequentie bij NW > 8Bft

Rijkswaterstaat

 

Winterdagen zonder spuicapaciteit

Effectindicator voor zeespiegelstijging met mogelijke invloed vks IJsselmeergebied

Correctie voor stormopzet en IJsselafvoer (RWS)

Rijkswaterstaat

Extreme rivierafvoer Rijn en Maas

Verwachte extreme hoge (1/100) en lage (LCW bijeenkomst) rivierafvoer in 2050 en 2100

Aanname in deltascenario’s, bepalend voor waterveiligheid, zoetwater en vks Rivieren

·  Gecombineerde meetreeks van 10 rivieren in NW- Europa, want daarmee meer waarnemingen waaruit eerder trend valt af te leiden

·  Gemiddelde afvoer zomerhalfjaar Rijn /Maas

·  Ruimtelijke ontwikkelingen bovenstrooms

·  Afvoerverdeling Rijntakken

Rijkswaterstaat m.m.v. Deltares, Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn (ICBR), Internationale Commissie ter Bescherming van de Maas (ICBM)

Ruimtegebruik en inwoners

Prognose m.b.t. ruimtegebruik, economische waarde en inwoneraantallen in 2050 per COROP-regio

Aanname in deltascenario’s, bepalend voor beschermings-niveau, watervraag en DP Ruimtelijke adaptatie.

Waterveiligheid detailleert dit naar actuele waarden dijkringen i.v.m. periodieke evaluatie beschermingsniveaus

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) m.m.v. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Klimatologische droogte

Neerslagtekort (berekend)

Aanname in deltascenario’s, met mogelijke invloed op zoetwater strategieën.

·   Opbrengstderving/ gewas/ha

·   Afwijking GGOR in groeiseizoen

·   Watervraag aan hoofdwatersysteem

·   Toename beregening

·   Onderschrijding streefpeil IJM (dgn)

KNMI, Wagening University & Research (WUR) en CBS

Verzilting

Innamestops inlaatpunten (frequentie en duur)

Effectindicator voor verzilting met mogelijke invloed op vks

Maximale zoutconcentratie bij innamepunten

Rijkswaterstaat, m.m.v waterschappen en drinkwater-bedrijven

Wateroverlast

Gemeten en verwachte extreme neerslag per uur en per 2 dagen

Piekneerslag in stedelijke gebied (uur) of platteland (2 dagen) veroorzaakt wateroverlast

Schadefuncties leveren schade-omvang (RA, NAS)

KNMI, PBL

Hittestress

Gemeten en verwachte (2050, 2085) hittegolven en het aantal tropische dagen (>30°C) en nachten (>20°C) in De Bilt en Eindhoven

Hittegolven zijn van invloed op gezondheid (sterfte)

Slachtofferfuncties leveren schade-omvang (NAS)

KNMI

DP brede nieuwe kennis, inzichten, innovaties m.b.t. schade- en slachtofferfuncties, kostenfuncties

I.v.m. aannames in maatregelontwerp, met mogelijke invloed op vks

KNMI, Rijkswaterstaat, PBL, WUR, CBS en Deltares.